De invloed van de islam in Europa: Over centrifugale beweging en vormkracht als kenmerken van de Europese beschaving

[Elke vitale beschaving is] als een centrifuge, waarin de grenzen der eigen psyche zo ver mogelijk naar buiten worden verlegd, terwijl zij steeds om het eigen middelpunt gecentreerd blijft. Dan ontstaat die levende spanning tussen zelfhandhaving en zelfverlies, die alleen aan hen, die de derde weg gekozen hebben, bekend is.
— Fokke Sierksma, Schoonheid als eigenbelang (1948), p. 24
De islam is hot in bepaalde kringen. Volgens de diversiteitsdenkers vormt ze een verrijking van onze beschaving. Sommigen beweren zelfs dat Europa ook historisch zonder de invloed van de islam ondenkbaar is. Tot die laatste categorie behoort ook Elizabeth Drayson.
Onlangs verscheen van haar hand Erfgoed van Europa—de door uitgeverij Spectrum prachtig uitgegeven vertaling van haar oorspronkelijk in het Engels verschenen pleidooi voor een geheel nieuwe visie op de geschiedenis van ons fantastische continent.
De ondertitel van deze vertaling is veelzeggend. Het boek is bedoeld om te laten zien hoe de islam onze geschiedenis smeedde.
Drayson is hoogleraar in Cambridge. Vroeger zou dat een garantie geweest zijn voor een goed onderbouwd betoog. Recent zijn daarover terecht wat twijfels gerezen—met name door ideologische modegrillen voorrang te geven op wetenschappelijke kwaliteit. En laat nu haar stelling dat onze beschaving geen autonoom-autochtone ontwikkeling is, maar beslissend is gevormd door ‘vreemde’ invloeden nu toevallig precies passen in die modieuze tendens van vandaag.
Toegegeven: Europa heeft zich in een ver verleden wel laten verrijken door tal van elementen uit de islamitische cultuur. Maar moet daarbij toch ook niet worden vastgesteld dat ons continent vervolgens een creativiteit aan de dag heeft gelegd die tot een historisch ongekende mate van vrijheid en welvaart heeft geleid—zonder dat die ook maar op enigerlei wijze herleid kan worden tot de islam?
Een oude fascinatie
Nogmaals: dat de islam invloed heeft gehad op de vorming van de westerse beschaving, staat buiten kijf.
De godsdienstwetenschapper van wie ik tijdens mijn studie het meest heb geleerd was de toen reeds jaren overleden Fokke Sierksma (1917-1977). Hij was degene die met zijn inaugurele oratie onder de titel Een en ander over de moslimse bijdrage aan de Europese beschaving (1974) liet zien dat de westerse cultuur veel meer te danken had aan de islamitische wereld dan destijds algemeen werd aangenomen. Niet alleen Aristoteles bereikte West-Europa via Arabische vertalingen en commentaren; ook op het gebied van geneeskunde, astronomie, wiskunde, landbouw en handel bleek de islamitische wereld eeuwenlang een onmisbare schakel in de geschiedenis van Europa.
Sierksma was ook degene die eerder al stelling had genomen in het debat dat sinds de jaren dertig van de vorige eeuw in de literaire wereld speelde over de vraag wat belangrijker was: de vorm van het kunstwerk of de scheppende kracht van de vent die zich door het kunstwerk heen manifesteerde. (Voor liefhebbers van dit debat: J.J. Oversteegens Vorm of vent. Opvattingen over de aard van het literaire werk in de Nederlandse kritiek tussen de twee wereldoorlogen biedt een nog altijd onovertroffen overzicht van de discussie destijds).
Vertaald naar het niveau van een hele beschaving: waarom zie je sommige beschavingen verstarren wanneer ze geconfronteerd worden met iets dat ‘vreemd’ is, terwijl andere open staan voor vreemde invloeden wanneer die in staat zijn haar te verrijken? Sierksma’s antwoord op die vraag was duidelijk: alleen een vitale cultuur beschikt over de centrifugale krachten om het vreemde in zichzelf op te nemen op een wijze die haar creatieve potentieel versterkt. Hij noemde dit ‘de derde weg’ tussen zelfhandhaving en zelfverlies. Daartegenover zijn de beide bewegingen van zelfhandhaving en zelfverlies juist kenmerken van zwakke, zelfgenoegzame en decadente culturen; doordat zij de spanning tussen beide niet kunnen uithouden, zullen zij vroeg of laat imploderen.
En zwakke cultuur kopieert, Een zelfgenoegzame cultuur sluit zich af. Maar een vitale cultuur doet iets anders. Zij is open, selecteert, neemt over, verwerkt en herschept. Zij laat zich inspireren door wat vreemd is, maar maakt het tegelijkertijd dienstbaar aan haar eigen levensbeginsel. Een vitale cultuur, kortom, is als een vent met een geheel eigen vormkracht. Daarbij is de vorm een levend ordeningsbeginsel dat nieuwe elementen een creatieve rol kan laten spelen bij de vorming van de eigen beschaving.
Zo zag Sierksma de invloed van de islam: niet als iets dat onze beschaving smeedde, maar als leverancier van op zichzelf waardevolle elementen die zich lieten gebruiken door een levensbeginsel met een geheel eigen vormkracht.
Een noodzakelijke correctie
Met dat alles in het achterhoofd begon ik aan Draysons Erfgoed van Europa. Ze corrigeert terecht het nog altijd bestaande links-liberale beeld dat vanaf de negentiende eeuw dominant werd en zich ook door mensen als Sierksma niet heeft laten bijstellen. Daarin verschijnt Europa als een autonome beschaving die zich via Athene, Rome en Renaissance via de Verlichting heeft ontwikkeld tot de moderne cultuur die het einde van de geschiedenis inluidde. De islamitische wereld vormde hooguit een bedreiging die—heldhaftig als wij waren, bij Poitiers, Wenen en Lepanto—ternauwernood buiten de deur kon worden gehouden.
Die voorstelling van zaken is in het licht van de feiten niet langer houdbaar. Drayson laat overtuigend zien hoe poreus de grenzen tussen beide werelden altijd zijn geweest. Via al-Andalus, Sicilië, Byzantium en de Middellandse Zee reisden niet alleen kooplieden en soldaten, maar ook manuscripten, technieken, ideeën en wetenschappelijke inzichten. In de Europese geschiedenis blijkt de islam niet louter een vijand te zijn geweest, maar een beschaving die via voortdurende uitwisseling ook in het Westen haar onuitwisbare sporen heeft nagelaten. Inderdaad: wie Córdoba, Toledo of Palermo uit de geschiedenis van Europa wegdenkt, doet haar tekort.
Alleen: Drayson ontkomt niet aan de neiging zich door haar eigen enthousiasme voor haar ‘nieuwe’ gezichtspunt op sleeptouw te laten nemen. Want haar claim is niet zozeer dat de islam de Europese beschaving heeft verrijkt; haar verhaal dient als onderbouwing voor de suggestie dat zonder de invloed van deze cultuur ons continent nog altijd aan de barbarij zou zijn overgeleverd.
Dat leidt tot een aantal controversiële claims die naar mijn inzicht correctie behoeven.
Córdoba en de ‘barbaarse’ Franken
Om te beginnen: Draysons beschrijving van al-Andalus. Niemand zal ontkennen dat Córdoba in de tiende eeuw tot de indrukwekkendste steden van Europa behoorde. De bibliotheken, de irrigatiesystemen, de medische kennis, de filosofie en de hofcultuur maakten diepe indruk op tijdgenoten.
Daartegenover plaatst ze een beeld van Europa dat wel erg donker uitvalt. Daarin verschijnen de Franken als barbaren: ruw, onontwikkeld en cultureel volstrekt achterlijk. Dat is een begrijpelijk retorisch contrast, maar historisch minder overtuigend.
Juist in dezelfde eeuwen voltrok zich onder de Karolingen een ontwikkeling waarvan de betekenis moeilijk kan worden overschat. De hervorming van het onderwijs, de stichting van kloosterscholen, de standaardisering van het Latijn, de ontwikkeling van de Karolingische minuskel en vooral het systematisch kopiëren van klassieke teksten legden de basis voor vrijwel alles wat later de Latijnse geleerdheid zou worden.
Het is een stille vorm van beschaving. Zij bezat nog niet de architectonische schittering die eigen was aan het kalifaat. Zij bouwde geen religieuze centra als al-Mezquita of paleizen als de Madīnat al-Zahrā'. Maar zonder die ogenschijnlijk bescheiden monnikenarbeid zouden wij vandaag een groot deel van Vergilius, Cicero, Tacitus en Augustinus eenvoudig niet meer kennen.
Wat zou keizer Karel ervan gevonden hebben?
Een tweede bezwaar heb ik tegen haar omgang met historische bronnen. Iedere historicus weet dat middeleeuwse kronieken geen neutrale verslaggeving bieden. Zij zijn geschreven vanuit religieuze overtuigingen, politieke belangen en dynastieke loyaliteiten. Dat geldt voor christelijke kroniekschrijvers evenzeer als voor islamitische.
Tegelijkertijd worden christelijke bronnen met grotere argwaan gelezen dan islamitische. Wanneer een christelijke kroniekschrijver een overwinning beschrijft, wordt al snel gewezen op propagandistische motieven. Dat is terecht. Maar dezelfde scepsis miste ik wanneer islamitische auteurs hun eigen geschiedenis vertellen.
Geschiedschrijving wint aan overtuigingskracht wanneer zij haar bronnen met gelijke maat meet en hen niet alleen maar inzet ter onderbouwing van het eigen gelijk. Ik neem hier haar oordeel over een van de bekendste episoden uit het boek als voorbeeld: de verbouwing van de eerdergenoemde Mezquita, de Grote Moskee van Córdoba.
Na de inname van de stad door koning Ferdinand III van Castilië in 1236 werd de Grote Moskee omgebouwd tot kathedraal. In plaats van het bestaande bouwwerk af te breken, kozen de christelijke heersers ervoor om het op te nemen in hun religieuze architectuur. Zo ontstond de unieke fusie van islamitische en christelijke elementen die de Mezquita tot op de dag van vandaag kenmerkt.
De belangrijkste verandering in deze periode was de bouw van de zogenaamde Capilla Mayor, het grote kathedraalschip in het hart van de moskee. Drayson beschrijft hoe ingrijpend de inbouw van het gotische schip het karakter van de moskee veranderde. En om een indruk te geven hoe verschrikkelijk de aanslag was die daarmee gepleegd werd op de schoonheid van het originele bouwwerk citeert ze een uitspraak die aan keizer Karel V wordt toegeschreven: “U hebt vernietigd wat uniek was om te bouwen wat overal te zien is.”
Prachtig natuurlijk dat zelfs een westerling in staat het barbaarse karakter van deze inbreuk op het islamitische origineel in te zien. Maar nog afgezien van de historische betrouwbaarheid van de uitspraak zelf, is kritiekloos gebruik ervan om een eigen punt te maken niet iets waar een Cambridge-historicus van naam zich aan zou dienen te bezondigen.
Een andere blik op Córdoba
Drayson beschrijft de moskee vooral als hoogtepunt van de islamitische beschaving die later door christelijke barbaren werd verminkt.
Maar tegelijkertijd vertelt hetzelfde gebouw óók een ander verhaal. De moskee verrees immers op de plaats van de Visigotische Sint-Vincentiuskerk. Voor haar bouw werden Romeinse zuilen en kapitelen hergebruikt. En toen kalief al-Hakam II de schitterende mihrab liet verfraaien, werden daarvoor Byzantijnse mozaïekkunstenaars uit Constantinopel uitgenodigd.
Dat roept de principiële vraag op wat er, behalve het religieuze karakter van het gebouw, ‘islamitisch’ is aan de moskee. Het ligt veel meer voor de hand om er een gelaagd kunstwerk in te zien waarin Romeinse, Visigotische, Syrische, Byzantijnse tradities samenkomen.
De bouw van de moskee kwam weliswaar voor rekening van mensen die ook moslims, maar is dat voldoende om haar architectuur dan ook maar ‘islamitisch’ te noemen?
Wat mij betreft kan dat alleen wanneer we ‘de islam’ hier zien als een beschaving die het vermogen bezat om vreemde tradities niet slechts over te nemen, maar haar in een nieuwe samenhang op te nemen.
Als zodanig zal de originele moskee een wonder van schoonheid geweest zijn. Er is voldoende van over om daarvan nog altijd diep onder de indruk te raken. Maar er is weinig reden om zo dramatisch over de inbouw van de kathedraal te doen als Drayson doet—laat staan dat het haar past zich te beroepen op een vermeend citaat van keizer Karel.
Inderdaad: het kathedraalgedeelte, de eerdergenoemde Capilla Mayor, vormt een sterk contrast met de architectuur van de oudere moskeegedeelten eromheen. De hoge, verticale, massieve en centraal geordende kathedraal rijst op uit het lage, horizontale, ritmische ‘bos’ van de dubbele bogen. Op dat niveau is het contrast inderdaad enorm.
Tegelijkertijd staat de kathedraal niet los van de moskee, maar vormt er een nieuwe historische en architectonische laag in. De materialen, lichtwerking, ritmiek, ornamentiek en vooral de monumentaliteit zorgen ervoor dat het geheel, ondanks het contrast, toch als één monument wordt ervaren.
Terwijl de moskee zich kenmerkt door een bijna oneindige horizontale ritmiek, brengt de kathedraal daarin een verticale concentratie aan. Zij creëert een centrum waar oorspronkelijk juist het ritme van de zuilenhal domineerde. Dat is niet zozeer een ‘barbaarse verminking’ als wel een historische toevoeging die mogelijk als ‘vreemd’ ervaren elementen niet vernietigt, maar integreert en tot een ‘nieuw’ geheel maakt.
Europa als beschaving van de derde weg
De kathedraal-moskee van Córdoba staat daarmee misschien wel symbool voor wat Sierksma ‘de derde weg’ noemde. Hij bedoelde daarmee het volgende. Europa leeft niet vanuit één eigen cultureel centrum. Want, inderdaad, ons continent ontleent haar geestelijke bronnen steeds opnieuw ook aan wat buiten haarzelf liggen.
De Romeinen erkenden de superioriteit van de Griekse cultuur en maakten zich het waardevolle daarin eigen. Het christendom ontving zijn heilige geschriften uit Israël. De middeleeuwse universiteiten leerden Aristoteles vaak kennen via Arabische vertalingen en commentaren. Later, in de periode van de Renaissance en de Reformatie, zou Europa zich opnieuw, maar nu veel directer, laten inspireren door Byzantium, door de herontdekking van de klassieke oudheid en de bronnen van het oude Israël.
Kenmerkend voor Europa is dan ook niet zozeer een bepaalde culturele essentie als wel een continue centrifugale beweging waarin steeds nieuwe elementen een verbinding met elkaar aangaan waarmee de levenskracht die haar eigen was zich in steeds weer nieuwe vormen wist te manifesteren.
Van centrifugale beweging naar vormkracht
Vitale beschavingen die tot iets groots in staat geweest zijn, kenmerkten zich niet alleen door die centrifugale gerichtheid, maar dus ook door iets dat ik vormkracht zou willen noemen. Naast het vermogen bronnen aan te boren en binnen haar bereik te brengen, is het van belang die ook vruchtbaar te maken en een nieuwe eigen vorm te geven. Daarbij rijst de cruciale vraag: wat stelt deze beschavingen in staat de bronnen waardoor zij zich laat inspireren ook inderdaad vruchtbaar te maken?
Een zwakke cultuur kan zich in twee richtingen ontwikkelen. Ze blijft krampachtig vasthouden aan oude vormen uit angst zichzelf te verliezen. Die angst is zo groot dat ze niet in staat is te zien dat die oude vormen allang niet meer aansluiten op het alledaagse leven. Ze kan ook vervallen in het andere uiterste. In dat geval laat ze zich zodanig overlopen door vreemde invloeden dat ze haar eigen gezicht verliest. Daarbij verliest ze het contact met de impulsen die haar ooit groot maakten en haar in staat stelde om het vreemde op te nemen in een innovatief geheel dat recht deed aan haar eigen levenskracht.
Een vitale cultuur handelt anders. Zij is nieuwsgierig zonder kritiekloos te worden. Zij is ontvankelijk zonder afhankelijk te worden. Zij eigent zich het vreemde toe, maar laat het niet vreemd blijven. Zoals een levend organisme voedsel opneemt en omzet in eigen weefsel, zo verwerkt een vitale beschaving invloeden van buiten tot bestanddelen van een nieuwe eigen schepping.
Dat is wat we zagen in het oude Israël, in Athene, in Rome en in Bagdad. Maar ook in Córdoba—niet alleen maar toen de moslims daar heersten, maar zeker ook toen de christelijke beschaving er de overhand kreeg.
Wat al die beschavingen gemeen hebben is de wil om iets te scheppen dat beantwoordt aan de wijze waarop zij de werkelijkheid beleven en hun wereld willen ordenen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van alle mogelijke technieken die hen kunnen helpen hun visie sociaal, economisch, politiek, religieus, maar zeker ook architectonisch te realiseren op een wijze die tot dan toe ongezien was.
Córdoba: de doorslaggevende rol van keizer Karel
Ook na de Reconquista, waarbij Spanje weer opnieuw onder christelijk gezag kwam, was het geen uitgemaakte zaak dat er iets aan de Mezquita zou veranderen. Het stadsbestuur wilde het gebouw in de staat bewaren zoals die hen was overgeleverd: de islamitische synthese van Syrië, Byzantium en Rome.
Maar intussen was de moskee natuurlijk geen moskee meer, maar een kerkgebouw geworden. De plaatselijke bisschop vond dat dit ook een vertaling diende te krijgen in de architectuur van het complex. Hoe dat moest wist hij ook al; architecten hadden hem verteld hoe het geheel eruit moest gaan zien. Zonder toestemming van het stadsbestuur kon hij echter niets beginnen.
Pas toen keizer Karel V er zich mee ging bemoeien werd de patstelling doorbroken: ook hij vond dat er iets moest gebeuren. Dat dit niet in de stijl zou zijn die het traditionele complex kenmerkte, sprak voor zich. Kennelijk had hij daarmee dus minder moeite dan het eerdere, door Drayson zo enthousiast omarmde, citaat doet vermoeden.
Samenspel van horizontale lijnen en verticaliteit
En zo verrees vanaf het eerste kwart van de 16e eeuw in het hart van de aloude moskee een gotische kathedraal. Daarbij werd de schoonheid van het origineel behouden. Ook keizer Karel had daar inderdaad geen moeite mee. Maar het geheel veranderde tegelijkertijd drastisch van karakter door de zee van licht die in haar midden oprees.
Terwijl eerder de horizontale structuur domineerde, werd deze nu doorbroken door de verticale richting die eigen is aan de gotische bouwstijl zoals die zich de voorgaande eeuwen vanuit het ‘barbaarse’ Noord-Frankrijk had ontwikkeld. Daarbij werd gebruik gemaakt van dezelfde spitsbogen waarvan de bouwmeesters in de islamitische wereld zich bedienden. Maar in het christelijke Europa kregen ze een andere toepassing. Niet langer dienden ze alleen als vernuftige constructie om het dak te dragen, maar als een manier om kathedralen om te toveren tot plekken waarin het zonlicht vrij spel had.
Daarbij kwamen technische verfijning en de drang naar verlichting aan het eind van die zogenaamd ‘donkere’ Middeleeuwen samen. En hoewel het de laatste stuiptrekking vormde van keizer Karels politieke heerschappij, voor de overwinning van het christendom in Europa was de symbolische kracht van het eindresultaat onvervangbaar.
Nog altijd geldt de Mezquita-Catedral van Córdoba als een architectonisch hoogtepunt in de wereldgeschiedenis—een hoogtepunt waarin centrifugale beweging en vormkracht op ongeëvenaarde wijze zijn samengebracht.
Product van Islamitische vormkracht?
Daarmee moeten we alleen wel vaststellen dat—anders dan Drayson beweert—zelfs in Córdoba het niet de islam was die onze beschaving smeedde.
Tot de 9e en 10e eeuw mag dat in Spanje het geval zijn geweest. Met de kennis en technieken die zij vanuit Syrië en Byzantium meebracht heeft zijn onze beschaving in die periode verrijkt. De sporen daarvan zijn nog altijd overal zichtbaar—zowel fysiek als intellectueel.
Maar het was Europa zelf dat die kennis en het bijkomende technische vernuft heeft eigen gemaakt en met haar eigen creativiteit heeft verrijkt op een manier die in de islamitische wereld sindsdien niet is gezien.
Plato en Aristoteles hebben—net als islamitische filosofen als al-Fārābī, Avicenna en Averroes—weliswaar belangrijke bouwstenen geleverd voor Thomas van Aquino’s Summa Theologiae. Maar al in de late Middeleeuwen kwam hun denken net als dat van Thomas zelf onder scherpe kritiek te staan en ging Europa nieuwe wegen.
Eenzelfde beweging zien wij al veel eerder in de architectuur. De islamitische cultuur maakt het westen vertrouwd met de bouwstijlen uit het Midden-Oosten en integreert die met de Romaanse stijlelementen en technieken. Maar in de gotiek wordt aan dat alles een nieuwe richting gegeven die op geen enkele manier te herleiden valt tot de gerichtheid die de islamitische architectuur kenmerkte.
Europa: allang een volwassen vent
Drayson spreekt in de originele titel van haar boek van een Crucible of Light—een ‘smeltkroes van licht’. Maar dat licht is toch van een andere orde dan het licht dat via de hemelhoge ramen van de kathedraal van Córdoba nog iedere dag naar binnen valt. Als de islam onze beschaving al ‘smeedde’ dan was haar rol slechts beperkt tot die van smidsknecht. Het eigenlijke smidswerk kwam toch uiteindelijk voor rekening van de nakomelingen van die ‘barbaarse’ Franken.
Of in de termen van de ‘vorm of vent’-discussie waaraan mijn leermeester Sierksma ooit een verlate deelnemer was: de islamitische vent die Córdoba haar vorm gaf, stierf al in de Middeleeuwen. Ook al had keizer Karel voor die vent zeker het nodige respect, hij wist ook dat het tijd was dat Europa zelf eindelijk eens een echte vent zou worden.
Córdoba zou niet langer het culturele centrum van Europa zijn. Florence, Amsterdam, Londen, Wenen en Parijs stelden haar volledig in de schaduw—zonder dat zij daarvoor de islamitische beschaving nodig hadden.
Europa als beschaving bleek in staat een relatief hoog ontwikkelde middenklasse voor te brengen, bleek cultureel en technologisch in staat tot de vorming van het kapitalisme en, later, de industriële revolutie, ontwikkelde een vitale civil society als tegenhanger van machtsbeluste heersers en ontwikkelde een vorm van religieuze tolerantie die historisch gezien zijn weerga niet kent.
Voor al deze ontwikkelingen biedt de islamitische cultuur niet of nauwelijks enig aanknopingspunt—laat staan dat ze daartoe ook maar het werk van een smidsknecht leverde.
Ten slotte
Op zichzelf is het begrijpelijk dat boeken als die van Drayson achter de verovering van Spanje door de aloude Berberstammen willen teruggrijpen op de hoogtijdagen van de islamitische beschaving van 10e eeuw. Ook op dit moment maken we in Europa een periode van cultureel verval door. Maar het is te goedkoop om daarbij alles wat er tussen de 10e eeuw en nu is gebeurd te willen reduceren tot een product van die periode in de geschiedenis. Mijns inziens is die neiging eerder een vorm van decadentie dan een teken van hernieuwde vitaliteit.
Naar aanleiding van:
Elizabeth Drayson, Erfgoed van Europa. Hoe de islam onze geschiedenis smeedde. Uitgave van Spectrum te Amsterdam, 2026; 624 pag.; € 49,99.
Gerelateerde artikelen
ActueelWie dragen onze gemeenschappelijke leefwereld? Deel 1: Hannah Arendt en Paul Frissen over pluraliteit en vrijheid
ActueelWaarom rechts verder moet denken dan de bekende christendemocratische reflex
ActueelDe weg naar huis – Reflecties bij Christopher Nolans The Odyssey
Nieuwsbrief
Blijf op de hoogte.
Onze nieuwste analyses, essays en aankondigingen over wetenschap, cultuur en de geschiedenis van ideeën, rechtstreeks in uw inbox. Geen spam. Geen reclame.