Renaissance Instituut Actueel

De weg naar huis – Reflecties bij Christopher Nolans The Odyssey

Hans van de Breevaart
De weg naar huis – Reflecties bij Christopher Nolans The Odyssey

"Want niets is een mens dierbaarder dan zijn eigen land en zijn ouders, al woont hij nog zo prachtig in een vreemd land."
— Homerus, Odyssee, Boek IX

De koning niet thuis

Leiders die niet thuis geven—dat is misschien wel de eenvoudigste diagnose van de onrust die in veel westerse samenlevingen voelbaar is. Natuurlijk verschillen de politieke meningen over de oorzaken van die onrust. Sommigen wijzen op economische onzekerheid, anderen op globalisering, individualisering, immigratie en internationale conflicten. Daarbij lijkt onder al die verklaringen een dieper gevoel schuil te gaan: dat degenen die verantwoordelijkheid dragen voor het gemeenschappelijke huis hun blik steeds vaker naar buiten richten, terwijl binnen de muren iets wezenlijks verloren gaat.

Onze bestuurders zijn drukker dan ooit. Zij reizen van internationale top naar internationale top, spreken over geopolitieke verhoudingen, klimaatverandering, strategische autonomie, mondiale rechtvaardigheid en de toekomst van de internationale rechtsorde. Los van de vraag of al die vragen inderdaad de politieke agenda dienen te bepalen, dringt zich toch vooral een andere vraag op:

Hoe kan een samenleving verantwoordelijkheid nemen voor de wereld wanneer zij de verantwoordelijkheid voor haar eigen huis uit het oog dreigt te verliezen?

Het is een vraag die opmerkelijk genoeg al drieduizend jaar geleden werd gesteld.

Herkenbaar

De blijvende aantrekkingskracht van Homerus' Odyssee laat zich moeilijk verklaren uit nostalgie alleen. Dat een moderne verfilming opnieuw miljoenen bezoekers trekt, zegt iets over de kracht van het verhaal zelf. Blijkbaar herkennen wij in Odysseus nog altijd iets van onszelf. Niet omdat wij hopen ooit een Cycloop te ontmoeten of de Sirenen te weerstaan, maar omdat wij intuïtief begrijpen dat zijn werkelijke reis zich niet afspeelt op zee. Zij speelt zich af in de ziel van een man—die met vallen en opstaan, langs een weg van bloed, zweet en tranen—leert ontdekken waar zijn eerste verantwoordelijkheid ligt.

Wij lezen de Odyssee vaak als een avonturenroman. De monsters, de goden, de stormen en de wonderlijke eilanden domineren onze herinnering. Maar dat zijn slechts de decors waartegen Homerus een veel fundamentelere vraag onderzoekt. Wat gebeurt er met een gemeenschap wanneer degene die haar behoort te beschermen afwezig blijft? En wat vraagt de morele orde van iemand die, na omzwervingen en fouten, eindelijk begrijpt waar hij thuishoort?

Om die vraag te begrijpen moeten wij eerst een woord terugvinden dat vrijwel uit ons politieke vocabulaire verdwenen is. De Grieken noemden het de οἶκος (oikos).

De eigen oikos

Het woord wordt meestal vertaald met ‘huis’, maar daarmee gaat bijna alles verloren wat Homerus ermee bedoelt. De oikos was niet slechts een gebouw van steen of hout. Zij omvatte het gezin, de familie, de generaties die elkaar opvolgden, het erf, de bezittingen, de dienaren, de gasten, de tradities en de verantwoordelijkheden die al die elementen met elkaar verbonden. De oikos was de kleinste, maar tegelijk de belangrijkste politieke gemeenschap. Zij was de plaats waar de menselijke orde begon.

Het is veelzeggend dat ons woord economie rechtstreeks van dit begrip is afgeleid. Daarbij betekende oikonomia oorspronkelijk niet het beheer van financiële markten of nationale begrotingen. Het was letterlijk: goed bestuur van de oikos. Wie geen orde wist te scheppen in zijn eigen huis, kon onmogelijk aanspraak maken op het bestuur van een stad. De Grieken begrepen iets dat wij grotendeels zijn vergeten: politiek begint niet bij de wereld, maar bij het huis.

Pas wanneer de oikos gezond is, kan de polis bloeien. En pas wanneer de polis stevig staat, kan zij zich verantwoord tot andere volken verhouden.

Die volgorde lijkt in onze tijd te zijn omgekeerd.

Wij denken spontaan mondiaal. Politiek wordt beoordeeld op haar internationale ambities. De bestuurder die zich op het wereldtoneel beweegt, geldt gemakkelijk als staatsman. Ondertussen groeit onder burgers de indruk dat de vragen die het dichtst bij huis liggen steeds moeilijker beantwoord worden. Vertrouwen, veiligheid, gemeenschapszin, opvoeding, de samenhang van buurten en steden — het zijn onderwerpen die zich minder goed lenen voor grote internationale toespraken, maar juist daarom de kern van het politieke bestaan vormen.

Homerus zou slechts één vraag stellen.

Hoe staat het met uw oikos?

Verdwaald

Die vraag krijgt des te meer gewicht wanneer wij ons realiseren dat Odysseus allerminst als een smetteloze held aan zijn terugreis begint. Hij komt immers van heel ver: uit Troje.

Voor Homerus is Troje veel meer dan een decor. De stad vertegenwoordigt de wereld van roem, expansie en overwinning. Tien jaar lang heeft Odysseus deelgenomen aan een oorlog die de Griekse wereld in haar greep hield. Zijn naam wordt onsterfelijk door de list van het houten paard, een meesterzet van intelligentie en verbeeldingskracht waarmee de onneembaar geachte stad uiteindelijk ten val wordt gebracht.

Toch laat Homerus zijn lezer niet achter met een triomf. Achter de heldenmoed schuilt een orgie van barbaars geweld en ontstellende verwoesting. Achter de glorie klinkt het gejammer van tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen terwijl zij worden afgeslacht. Zelfs de Grieken lijken te beseffen dat de overwinning een prijs heeft die niet in heldenzangen kan worden bezongen.

Het is alsof Homerus al vermoedt wat latere generaties telkens opnieuw zouden ontdekken: dat de grootste overwinningen op het wereldtoneel vaak het resultaat zijn van klein-menselijk eergevoel. Daarnaast gaan ze vaak met zoveel verliezen gepaard dat een weldenkend mens zich afvraagt of er per saldo wel echt iets mee gewonnen is. Dat alles nog afgezien van het feit dat de hele onderneming ons afleidde van al datgene waarvoor we in de eerste plaats verantwoordelijk zijn.

De weg naar binnen

Niet voor niets begint de Odyssee pas wanneer de oorlog voorbij is. Niet de verovering van Troje vormt het hart van het epos, maar de terugkeer naar Ithaka.

Dat is een opmerkelijke keuze. Want een dichter die uitsluitend heldendom had willen bezingen, had zijn verhaal kunnen beëindigen met de val van de stad. Homerus doet precies het tegenovergestelde. Hij laat de overwinning achter zich en vraagt zich af wat er daarna van een mens wordt.

Het antwoord is onthutsend. Odysseus blijkt de weg naar huis niet meer te kennen. Odysseus verdwaalt niet alleen op zee. Hij verdwaalt ook in zichzelf. Dat maakt zijn omzwervingen tot meer dan een opeenvolging van avonturen. De Cycloop, Circe, de Sirenen, Scylla en Charybdis zijn niet slechts hindernissen op een geografische route; zij vormen etappes in een morele leerschool. De trotse overwinnaar van Troje wordt stap voor stap ontdaan van de illusie dat slimheid, moed en succes voldoende zijn om een goed leven te leiden.

De Grieken hadden daarvoor een woord dat nauwelijks te vertalen is: hybris. Gewoonlijk wordt het weergegeven als hoogmoed, maar ook dat woord schiet tekort. Hybris is de verleiding om de maat van de dingen uit het oog te verliezen. De mens vergeet zijn plaats in de kosmos. Hij gaat geloven dat hij zichzelf genoeg is. Dat hij de grenzen die goden, natuur en traditie stellen, naar eigen inzicht kan verleggen.

Juist daarin schuilt de tragiek van Troje. Odysseus' list is een meesterwerk van menselijke intelligentie. Athena, godin van de wijsheid, staat hem daarin terzijde. Maar zodra de overwinning is behaald, verandert intelligentie gemakkelijk in zelfoverschatting. De mens die de onneembare stad heeft overwonnen, gaat geloven dat er niets meer is wat hem kan begrenzen.

Homerus laat zien dat juist dan de werkelijke beproeving begint.

Het is verleidelijk om Odysseus' lange terugreis uitsluitend te begrijpen als de wraak van zeegod Poseidon voor begane zonden. Dat zal inderdaad de direct aanleiding zijn. Maar achter de mythologische gebeurtenissen tekent zich een diepere gedachte af. De terugtocht met al zijn obstakels is ook een oefening in zelfkennis. De held die de wereld heeft gezien, moet leren dat de grootste overwinning niet buiten hemzelf ligt.

Steeds opnieuw wordt hij geconfronteerd met de vraag of hij verder wil zwerven of eindelijk wil terugkeren. Steeds opnieuw biedt de wereld hem een alternatief voor zijn bestemming. De verleidelijke Calypso biedt hem zelfs onsterfelijkheid. Welke sterveling zou daarvoor niet zwichten? Hij kan de eindeloze onzekerheid van het menselijk bestaan achter zich laten en een leven leiden dat iedere koning zich zou wensen.

Toch weigert hij. Niet omdat Ithaka mooier is dan het eiland van Calypso. Niet omdat Penelope mooier is dan een godin. Maar omdat hij gaandeweg begrijpt dat geluk niet bestaat uit ontsnappen aan verantwoordelijkheid. De mens wordt niet gelukkig doordat hij aan zijn oikos ontsnapt. Hij wordt gelukkig doordat hij ernaar terugkeert.

De mens is geen kosmopolitisch wezen dat overal thuis kan zijn. Hij heeft een plaats nodig waar zijn naam betekenis heeft, waar zijn verantwoordelijkheden niet inwisselbaar zijn en waar zijn aanwezigheid ertoe doet. Niet omdat die plaats objectief de mooiste is, maar omdat zij de plaats is waarvoor hij geroepen is verantwoordelijkheid te dragen.

Dat verklaart ook waarom Zeus er in het verhaal op toeziet dat Odysseus, in tegenstelling tot zijn strijdmakkers, uiteindelijk wel de weg naar huis vindt.

Een nieuwe kans

Op het eerste gezicht lijkt de koning der goden slechts een scheidsrechter te zijn tussen de wensen van Athena en de woede van Poseidon. Maar wie nauwkeuriger leest, ontdekt dat Zeus veel meer vertegenwoordigt dan een machtige god. Hij belichaamt de morele orde van de wereld.

Opvallend is dat Zeus’ opvatting van orde niet gericht is op vernietiging, maar op herstel. Odysseus verdient straf. Daarover bestaat nauwelijks twijfel. Zijn hoogmoed, zijn list, het excessieve gewelddadigheid van hem en zijn manschappen hebben de toorn van de goden opgewekt. Zijn lijden is geen willekeurige pech. Het heeft een morele betekenis.

Zeus laat Odysseus in zijn lijden niet ten onder gaan. Niet omdat zijn schuld verdwijnt. Niet omdat de goden zijn fouten vergeten. Maar omdat schuld niet het laatste woord heeft.

Dat is een gedachte die verrassend modern aandoet en tegelijk haaks staat op veel hedendaagse vormen van moreel denken. Wij leven in een cultuur waarin schuld gemakkelijk een permanente identiteit wordt. Wie eenmaal gefaald heeft, blijft daarop aanspreekbaar. Alsof het verleden de toekomst definitief bepaalt.

Homerus denkt anders. Bij hem schept inzicht een nieuwe verantwoordelijkheid. Juist degene die door schade en schande wijs is geworden, wordt geacht zijn plaats weer in te nemen.

Zeus zegt niet: “Je hebt gezondigd, dus je bent niet langer waardig om koning te zijn.” Hij zegt als het ware: “Je hebt geleerd wat hoogmoed vermag. Daarom moet jij terugkeren naar de plaats waarvoor jij verantwoordelijkheid draagt.”

De straf leidt dus niet tot uitsluiting. De straf bestaat uit de opdracht alsnog te doen waarvoor men oorspronkelijk geroepen was.

Terug naar huis

Daarmee krijgt de terugkeer naar Ithaka een betekenis die veel verder reikt dan de thuiskomst van één man. Odysseus keert niet terug omdat hij recht heeft op zijn troon. Hij keert terug omdat zijn oikos hem nodig heeft.

En juist daar raakt Homerus aan een waarheid die we ook in de Joodse traditie tegenkomen. De beschaving begint niet bij de stad, de staat, laat staan een rijk of een imperium—ze begint bij ieder mens thuis. Dat is waarom in de Bijbel altijd sprake is van het huis van Abraham, Izak en Jacob, het huis van Israël. Het verbond krijgt gestalte in generaties, families en huishoudens voordat het zich vertaalt in staatsvorming.

Bij de Grieken zien wij een vergelijkbare beweging. Aristoteles zou eeuwen later schrijven dat de polis voortkomt uit een gemeenschap van plaatselijke huishoudens. De oikos is logisch én moreel ouder dan de staat. Niet omdat de staat onbelangrijk zou zijn, maar omdat de staat slechts gezond kan zijn wanneer de huishoudens waaruit zij bestaat gezond zijn.

Misschien is dat precies de volgorde die onze tijd uit het oog dreigt te verliezen. Wij verwachten van de politiek dat zij mondiale problemen oplost. Wij beoordelen bestuurders op hun internationale gezag. Wij meten succes af aan invloed in Brussel, New York of Genève.

Maar Homerus zou waarschijnlijk een eenvoudigere vraag stellen. Hoe staat het met Ithaka? Want terwijl Odysseus de wereld doorkruist, staat zijn eigen oikos onder toenemende druk.

Wetten geschonden

Daar tragedie van Ithaka is niet maar simpelweg dat Odysseus afwezig is. Het gaat erom wat er gebeurt met de leegte die hij achterlaat. Die wordt namelijk door anderen gevuld. Wanneer een huis geen verantwoordelijke hoofdbewoner meer kent, blijft het nooit lang leeg. Dat is een wetmatigheid die ouder is dan de Griekse mythologie zelf.

En precies daarom begint het beslissende deel van de Odyssee pas wanneer Odysseus eindelijk voet zet op de kust van Ithaka. Wanneer Odysseus eindelijk Ithaka bereikt, is de grootste strijd niet voorbij. Dan begint ze pas.

Wie verwacht dat de held na twintig jaar afwezigheid slechts zijn troon hoeft te bestijgen, begrijpt Homerus niet. De ware crisis speelt zich niet af buiten de muren van de stad, maar binnen de muren van zijn eigen huis. De oikos is blijven staan, maar haar ziel is aangetast.

Een samenleving gaat zelden ten onder doordat haar fysieke omgeving instort. Zij wankelt wanneer de morele orde die haar bijeenhoudt geleidelijk oplost. Muren kunnen worden herbouwd. Vertrouwen, gezag en wederkerigheid zijn veel moeilijker te herstellen.

Daarom treffen wij in Ithaka geen buitenlandse bezettingsmacht aan. Die dreiging en de angst ervoor zijn op de achtergrond wel steeds aanwezig. Maar Homerus begint ergens anders. Hij laat zien hoe een huis van binnenuit kan worden uitgehold.

De vrijers die dingen naar de hand van Penelope zijn geen indringers die de poorten hebben geforceerd en zich met geweld een toegang tot het paleis verschaft. Zij zijn mannen die delen in de gastvrijheid die het huis van de koning altijd al had gekend. Zij eten aan de tafel van Odysseus, drinken zijn wijn, slachten zijn vee en beroepen zich voortdurend op de gastvrijheid die hun wordt verleend. Langzaam verandert een tijdelijk verblijf in een vanzelfsprekend recht. Zij gedragen zich niet langer als gasten, maar als bezitters. De grens tussen ontvangen worden en zich toe-eigenen vervaagt.

Juist daarom zijn zij in de ogen van Homerus zo schuldig. De Grieken kenden het begrip xenia: de heilige wederkerigheid tussen gast en gastheer. Zeus droeg niet voor niets de eretitel Zeus Xenios, beschermer van de vreemdeling én van degene die de vreemdeling ontvangt. Dat dubbele beschermheerschap is veelzeggend. Gastvrijheid is geen eenzijdige verplichting van de gastheer en evenmin een onbegrensd recht van de gast. Zij is een verbond dat beide partijen bindt.

De gastheer opent zijn huis. De gast eerbiedigt dat huis. Wie wordt ontvangen, erkent dat hij te gast is. Hij respecteert de regels van het huis, de eigendommen van zijn gastheer en de waardigheid van diens gezin. Gastvrijheid is daarom nooit vrijblijvend geweest. Zij veronderstelt wederkerigheid, zelfbeheersing en dankbaarheid. Zonder die deugden verliest zij haar betekenis.

Precies daar ligt de zonde van de vrijers. Hun misdaad is niet dat zij aanwezig zijn. Hun zonde is dat zij zich niet langer als gasten gedragen. Zij misbruiken de bescherming die hun wordt geboden om de oikos van binnenuit te ontwrichten. Uiteindelijk richten zij zich zelfs op Penelope, de vrouw die de continuïteit van het huis belichaamt. Wie haar wil toe-eigenen, eigent zich niet slechts een huwelijk toe, maar probeert de hele orde van de oikos te vervangen door zijn eigen aanspraken.

Orde op zaken

Daarom is de terugkeer van Odysseus geen explosie van persoonlijke jaloezie. Zij is het herstel van een geschonden orde. De koning keert niet terug om zijn gekwetste ego te bevredigen. Hij keert terug omdat niemand anders de verantwoordelijkheid voor zijn huis kan dragen. Hij doet wat Zeus van hem verlangt: hij herstelt de voorwaarden waaronder gastvrijheid überhaupt kan bestaan.

Dat inzicht raakt ook aan een ongemakkelijk punt in onze eigen tijd. Ons politieke debat wordt beheerst door juridische en administratieve categorieën. Wij spreken over asielzoekers, vluchtelingen, arbeidsmigranten, statushouders, kennismigranten en gezinsmigratie. Dat zijn noodzakelijke begrippen voor wetgeving en bestuur. Maar zij vertellen ons weinig over de vraag die Homerus stelt.

Niet: onder welke categorie valt iemand? Maar: hoe verhoudt iemand zich tot de oikos waarin hij wordt ontvangen?

Dat is geen juridische, maar een morele vraag. En juist dit soort morele vragen zijn in moderne samenlevingen moeilijk geworden. Het resultaat is dat het onderscheid tussen wederkerigheid en misbruik, tussen trouw en ontrouw, tussen gastvrijheid en het schenden van gastvrijheid niet meer ter sprake kan worden gebracht.

Homerus kent die aarzeling niet. Hij beoordeelt mensen niet allereerst naar hun afkomst, maar naar hun handelen. Zijn wereld is vol goede en slechte gastheren, trouwe en ontrouwe gasten, rechtvaardige en onrechtvaardige koningen. De morele maatstaf is niet identiteit, maar gedrag.

Misschien ligt daarin een les die actueler is dan ooit. Een samenleving doet zichzelf tekort wanneer zij gastvrijheid reduceert tot een administratieve procedure. Gastvrijheid is een deugd, en iedere deugd vraagt om wederkerigheid. Dat geldt voor degene die ontvangt én voor degene die wordt ontvangen. Wie de bescherming van een huis geniet, draagt ook verantwoordelijkheid voor het behoud van dat huis.

Wie de voorwaarden van het gastrecht stelselmatig verwerpt, beroept zich uiteindelijk op een recht dat hij zelf ondermijnt. Zoals de vrijers de xenia vernietigen door haar te misbruiken, zo kan iedere samenleving haar eigen gastvrijheid uithollen wanneer zij de wederkerigheid waaruit die voortkomt niet langer durft te benoemen of te beschermen.

Odysseus thuis

Waar het aan ontbreekt bij degenen die ons land zeggen te besturen is leiderschap—leiderschap dat de orde bewaakt, problemen durft te benoemen en, zo nodig, de orde durft te herstellen.

Dat is ook de diepste laag van Homers verhaal. Want de vrijers zijn uiteindelijk niet de oorzaak van de crisis op Ithaka. Zij zijn het gevolg van een afwezige koning.

Een oikos waarin niemand verantwoordelijkheid neemt, trekt vanzelf mensen aan die de ontstane leegte benutten. De grootste fout is niet dat hij naar Troje trok. Zijn eigenlijke fout was dat hij daardoor niet thuis kon zijn. Pas wanneer hij begrijpt dat zijn hoogste roeping niet ligt ver weg, maar in het bestuur van zijn eigen huis, kan de orde worden hersteld.

Misschien raakt Homerus daarmee aan een waarheid die iedere generatie opnieuw moet ontdekken. De grootste verleiding van leiderschap is niet macht. Het is afleiding.

Altijd is er een volgende crisis, een volgend ideaal, een volgende oorlog, een volgend project dat dringender lijkt dan de verantwoordelijkheden van alledag. Maar een huis laat zich niet op afstand bewonen. Een gemeenschap kan niet uitsluitend worden bestuurd vanuit abstracte idealen. Uiteindelijk vraagt iedere oikos om mensen die aanwezig zijn.

Dat geldt voor een gezin. Dat geldt voor een dorp. Dat geldt voor een natie. Het geldt voor de handhaving van de wetten van Zeus in Ithaka. Maar het geldt uiteindelijk voor elke beschaving—ook de onze.

Wij leven in een tijd waarin het mondiale perspectief vanzelfsprekend is geworden. Dat is niet bij voorbaat verkeerd. Maar wanneer het mondiale de plaats inneemt van het nabije, raakt de natuurlijke orde van verantwoordelijkheid verstoord. Wie overal verantwoordelijk voor wil zijn, loopt het risico uiteindelijk nergens meer werkelijk verantwoordelijkheid te dragen.

Daarom is de Odyssee geen pleidooi voor terugtrekking uit de wereld. Odysseus blijft de man die Troje heeft gezien. Hij weet dat de wereld groter is dan Ithaka. Zijn terugkeer is geen vlucht uit de geschiedenis, maar een herontdekking van haar juiste ordening. Eerst de oikos. Dan de polis. Pas daarna de wereld.

Ten slotte

Misschien is dat de vergeten wijsheid die Homerus ons nog altijd voorhoudt. Zeus verlangt geen onberispelijke mensen. Hij verlangt verantwoordelijke mensen. Hij wist de schuld van Odysseus niet uit. Hij vraagt hem evenmin eeuwig boete te doen. Hij stuurt hem naar huis. Niet omdat zijn verleden geen betekenis meer heeft, maar omdat inzicht pas vrucht draagt wanneer het uitmondt in verantwoordelijkheid.

Daarom wacht Penelope. Ze kende Odysseus beter dan hij zichzelf kende. Zonder hem wist ze dat Ithaka aan chaos ten prooi zou vallen. Ze wist ook dat hij het in zich had om zich te realiseren dat de hoogste vorm van leiderschap niet bestaat uit het winnen van verre oorlogen, maar uit de bereidheid terug te keren naar de plaats waarvoor hij geroepen is verantwoordelijkheid te dragen.

Is dat misschien verklaart dat waarom de Odyssee ons na drieduizend jaar nog altijd raakt en bioscoopzalen vol zitten? Wij verlangen niet in de eerste plaats naar helden die de wereld redden. Wij verlangen naar mensen die begrijpen waar zij thuishoren. Want iedere beschaving begint met de oikos.

En iedere beschaving die dat vergeet, loopt het gevaar ooit te ontdekken dat haar koning al veel te lang niet meer thuis was.

Naar aanleiding van:

Christopher Nolan, The Odyssey. Duur: 2u53. Genre: Actie / Drama / Geschiedenis. Met Robert Pattinson, Tom Holland, Anne Hathaway, Charlize Theron, Lupita Nyong'o, Matt Damon en Zendaya.

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte.

Onze nieuwste analyses, essays en aankondigingen over wetenschap, cultuur en de geschiedenis van ideeën, rechtstreeks in uw inbox. Geen spam. Geen reclame.