Kuipers grijpt naar ondemocratische noodverordening voor testplicht

Kuipers grijpt naar ondemocratische noodverordening voor testplicht

Reizigers uit China dienen vanaf 10 januari 2023 een negatief testresultaat te kunnen overleggen bij aankomst in Nederland. Een fatsoenlijke juridische grondslag hiervoor ontbreekt.

Minister Kuipers hoopte de maatregel in eerste instantie door te drukken door de Eerste Kamer terug te roepen van reces, voor een haastige behandeling van wat in de volksmond de permanente coronawet1 wordt genoemd. Deze wet is eind vorig jaar goedgekeurd door de Tweede Kamer, maar moet nog door de Eerste Kamer worden behandeld. De wet geeft de minister de mogelijkheid om op elk gewenst moment coronamaatregelen (lockdowns, QR-codes, testplichten, etc.) af te kondigen. 

De Eerste Kamer liet zich echter niet voor het karretje van minister Kuipers spannen en weigerde terug te komen van reces. Terecht.

Kuipers koos toen voor een ondemocratische shortcut: hij droeg op 9 januari jl. de voorzitter van de veiligheidsregio Kennemerland op zo snel mogelijk een noodverordening2 vast te stellen. Op grond van de bestaande Wet publieke gezondheid is dat mogelijk. Echter, deze bevoegdheid komt de voorzitter van een veiligheidsregio slechts toe ter bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A, of een directe dreiging daarvan. En van een (dreigende) epidemie is geen sprake. 

Kuipers schrijft nota bene zelf in zijn brief3 aan de Tweede Kamer d.d. 6 januari 2023 dat in China de omikronvariant welig tiert, maar dat de gevolgen in Nederland gemiddeld genomen minder ernstig zijn, omdat de immuniteit hier volgens hem veel groter is door de hoge vaccinatiegraad en het grote aantal mensen dat al een besmetting heeft doorgemaakt. 

Desalniettemin trok de Europese Commissie aan de alarmbel en riep op 4 januari dit jaar het crisisresponsmechanisme van de EU (integrated political crisis response, IPCR) bijeen. Lidstaten committeerden zich subiet aan een gecoördineerde aanpak. 

In dezelfde brief aan de Tweede Kamer schrijft Kuipers dat het RIVM geen extra dreiging ziet in de komst van reizigers uit China naar Nederland. Voorts stelt het OMT dat de instroom van betreffende reizigers nauwelijks bijdraagt aan de circulatie van SARS-CoV-2 in Nederland, gezien het al uitgebreid voorkomen van infecties met de omikronvariant. 

Waarom dan toch een noodverordening afkondigen?

Kuipers geeft daar in zijn brief antwoord op: 

"Het kabinet vindt het namelijk van belang dat reismaatregelen in het kader van de bestrijding van COVID-19 in Europees verband getroffen worden en dat Nederland hierbij aansluit."

Kuipers ondermijnt met het uitvaardigen van een noodverordening - terwijl de grondslag daarvoor op zijn minst wankel genoemd kan worden - niet alleen de normale gang van zaken in een parlementaire democratie, maar reduceert Nederland tevens tot een dociel uitvoeringsorgaan van de Europese Unie.