Hard en zacht totalitarisme: Orwell, Huxley en de blinde vlek van links

Hans van de Breevaart
Weinig twintigste-eeuwse denkers worden op dit moment zo vaak in één adem genoemd als George Orwell en Aldous Huxley. Hun werk geldt nog steeds als oriëntatiepunt in het debat over macht, vrijheid en manipulatie. Tijdens de coronacrisis werden zij door rechts-conservatieve stemmen aangehaald als profeten van respectievelijk repressieve staatsmacht en technocratische gedragssturing. Die verwijzingen werden destijds weggezet als overtrokken of “extreem”.
Nu zien we het omgekeerde gebeuren. Ook links-progressieve commentatoren hebben Orwell en Huxley ontdekt. Vooral om de opkomst van figuren als Donald Trump en Elon Musk van enige duiding te voorzien. Daarbij denken ze zich op Orwell te kunnen beroepen om hen als fascisten weg te zetten, op Huxley om hen technocratisch totalitarisme aan te wrijven. Intussen vergeten ze hoe juist hun links-progressieve idealen - 'democratisch socialisme’ en ‘repressieve tolerantie’ - vatbaar zijn voor de totalitaire verleiding.
Ik focus me hier vooral op een lezing van Orwells De leeuw en de eenhoorn en Huxleys De tijd van oligarchen, onlangs onder deze titels in voorbeeldige vertalingen verschenen en van een mooie linkse inleiding voorzien bij respectievelijk Boom en Prometheus.
Orwells correcte analyse…
In De leeuw en de eenhoorn schetst Orwell twee spanningsvolle krachten, niet alleen in het Engeland van voor de Tweede Wereldoorlog, maar ook breder: binnen de grenzen van elke moderne natiestaat.
Daarbij staat de leeuw voor:
- de macht van de staat,
- militarisme en imperialisme,
- de gevestigde orde, hiërarchie en traditie.
Orwell ziet hierin zowel kracht als moreel verval: het imperium is machtig, maar innerlijk uitgehold omdat daarbij geen oog is voor die andere kant van elke vitale samenleving. Daarvoor stond de eenhoorn symbool. Daarbij dient gedacht te worden aan:
- het volk en zijn morele idealen,
- democratie, rechtvaardigheid en egalitarisme,
- en de socialistische verlangens naar gelijkheid en solidariteit.
Orwell stelde dat Engeland in de strijd met Nazi-Duitsland alleen kon overleven als de leeuw en de eenhoorn de handen ineen zouden slaan. Ze hebben elkaar namelijk wel nodig:
- macht zonder rechtvaardigheid leidt tot tirannie;
- idealisme zonder macht is machteloos.
…met oog voor de noodzaak van patriottisme…
Maar is er ook iets dat de leeuw en de eenhoorn bindt? Volgens Orwell was dat een gedeeld patriottisme. Daarbij gaat het volgens hem om:
- gehechtheid aan een concrete plaats, cultuur en manier van leven;
- liefde voor wat vertrouwd en historisch gegroeid is;
- loyaliteit zonder de drang om anderen te domineren.
Dit patriottisme wil beschermen wat van waarde is. Dat is van groot belang gezien de opkomst van allerlei ideologieën die zich bedienen van technocratische staatsmacht om radicale vernieuwingen met geweld aan burgers op te leggen. Zelf dacht hij daarbij aan zowel communisme als fascisme, omdat die beide ideologieën hun eigen verhaal en de eigen identiteit zodanig verabsoluteren dat ze immuun zijn voor de feiten, van nature imperialistisch zijn en intern critici censureren en desnoods met geweld het zwijgen opleggen.
…en naïeve optimisme
Zijn pleidooi voor een ‘democratisch socialisme’ bevat een aantal conservatieve elementen die de moeite waard zijn. Denk aan zijn respect voor traditie en het historisch gegroeide tegenover revolutionaire ideologieën.
Zijn pleidooi voor socialistische gelijkheid is tegelijkertijd ook naïef. Hij ziet namelijk een principiële tegenstelling tussen democratie en totalitarisme. Zo waren zijn Animal Farm en 1984 vlammende aanklachten tegen de dictatoriaal-totalitaire tendensen in het communisme. Diezelfde totalitaire tendensen zag hij in het verbond van fascisme en kapitalisme. Daartegen was volgens hem maar een kruid gewassen: zijn eigen democratisch socialisme. Maar hij zag niet in dat dit socialisme zelf inherent totalitair was.
In Orwells socialisme worden belangrijke industrieën genationaliseerd, wordt economische ongelijkheid teruggedrongen en blijven democratische instellingen intact. Het doel is een gemeenschap van gelijke burgers waarin uitbuiting verdwijnt zonder dat men vervalt in dictatuur. Orwell veronderstelde dat iedere ware patriot niets anders zou willen en dat dit socialisme organisch uit de samenleving zou opkomen.
Probleem was dat die visie toch wat minder organisch aansloot op de maatschappelijke werkelijkheid dan gehoopt. Er bleek namelijk een ware mars door de instituties noodzakelijk om uiteindelijk tot een democratisch-socialistische meerderheid te komen die bereid is om het gelijkheidsstreven in de praktijk handen en voeten te geven. Nog afgezien van de bureaucratische inspanningen die dit streven vereist en de dwang die noodzakelijk blijkt om meer gelijkheid te realiseren. Die concentratie van macht creëert een permanente verleiding om afwijkende meningen of economische vrijheid te beperken ‘in het belang van de gemeenschap’.
Wat begint als moreel gemotiveerde gelijkheidspolitiek kan op die manier uitlopen op zachte vormen van dwang: sociale druk, bureaucratische controle en normatieve conformiteit. Het systeem hoeft geen openlijke terreur te gebruiken; het kan vrijheid geleidelijk uithollen door steeds meer aspecten van het leven te politiseren. Precies daarom blijft Orwells ideaal kwetsbaar voor dezelfde machtsdynamiek die hij in andere ideologieën zo scherp bekritiseerde.
Kortom, democratisch socialisme veronderstelt:
- centrale planning,
- normatieve gelijkheid,
- uitbreiding van staatsmacht,
- beperking van individuele keuzevrijheid.
Het verschil met dictatoriale vormen van totalitarisme, zoals communisme en fascisme, is niet zozeer principieel, als wel gradueel. Geen brute repressie, maar “administratieve dwang”. Geen censuur, maar “verantwoord taalgebruik”. Orwell zag het gevaar scherp, maar vooral bij anderen.
Aldous Huxley: het gevaar van macht zonder knuppel
Anders dan Orwell wantrouwde essayist en romancier Aldous Huxley alle vormen van machtsconcentratie. Naast de politiek richtte zijn kritiek zich op gevaarlijke tendensen in wetenschap, technologie en massademocratie.
In De tijd van oligarchen beschrijft Huxley hoe democratische samenlevingen afglijden naar bestuur door technocratische elites. Niet via geweld, maar via conditionering, consumptie en psychologische beïnvloeding. Terwijl we Orwell zagen waarschuwen voor de knuppel, waarschuwt Huxley voor alles wat dient als opium voor het volk.
De democratische mens die Huxley bekritiseert is geen slachtoffer van brute onderdrukking, maar van zijn eigen gemakzucht. Hij verlangt geen vrijheid, maar comfort; geen waarheid, maar bevestiging. Die mens herkennen we vandaag:
- in burgers die beleid accepteren zolang het beschermt tegen ‘gevaar’;
- in samenlevingen die afwijkende meningen problematiseren;
- in een cultuur waarin morele dwang wordt verkocht als ‘liefde’ en ‘solidariteit’.
Media, algoritmes en machtsverlies
In zijn inleiding op het voorliggende werk van Huxley waarschuwt Bas Heijne vooral voor manipulatie via algoritmes en sociale media. Volgens hen bedreigen digitale platforms de democratie door polarisatie en desinformatie.
Die zorg van Heijne is echter selectief en doet geen recht aan het fundamentele probleem dat Huxley zag. Jarenlang werden Facebook en Twitter door democratisch socialisten als Heijne niet als gevaar gezien—zolang zij maar fungeerden als verlengstuk van de dominante progressieve consensus. Volgens Herbert Marcuses concept van de ‘repressieve tolerantie’ mochten alleen politiek-correcte meningen worden getolereerd. De top van Facebook en Twitter werd onder druk gezet om afwijkende geluiden te censureren.
Het kwam niet in Heijne op om destijds te waarschuwen voor technische oligarchieën, geen uitgever die er toen ook maar aan dacht het werk van Huxley van onder het stof te halen.
Pas toen Twitter onder leiding kwam van Elon Musk en aantoonbaar meer ruimte bood aan afwijkende stemmen, veranderde de toon. Ineens was Huxley hot, Musk ‘een oligarch’ en vormde zijn platform ‘een gevaar voor de democratie’.
Het gaat Heijne niet om het gevaar van moderne technieken en sociale media als zodanig. Het probleem is verlies van controle over ‘de media’ en ‘de waarheid’ die zij verspreiden.
Herontdekking: ironie…
Het is sterk de vraag of Orwell en Huxley gelukkig geweest zouden zijn met hun zogenaamde ‘herontdekking’. Toen critici van het coronabeleid aandacht vroegen voor hun werk, zagen de intelligentsia en hun uitgevers er geen brood in. Nu de gevolgen van technocratisch bestuur en mediaconformisme door social media steeds nadrukkelijker aan de kaak worden gesteld, zouden de waarschuwingen van Orwell en Huxley ineens wel relevant zijn.
Het lijkt me raadzaam hun waarschuwingen serieuzer te nemen dan de critici die hen nu ineens wel voor hun karretje menen te kunnen spannen. Laten we gewoon erkennen dat:
- goede intenties machtsmisbruik niet voorkomen;
- democratische procedures geen garantie zijn tegen manipulatie;
- morele superioriteit die zich beroept op Marcuses ‘repressieve tolerantie’ evenmin.
Betekent dit dat we Musk voor eeuwig dankbaar moeten zijn dat hij op Twitter ‘de stem van het volk’ de ruimte heeft gegeven, en daarmee een tegenstem richting de mainstream media?
Zeker wel. Want stem en tegenstem, macht en tegenmacht, al dan niet gefaciliteerd door oligarchen, zijn beide essentieel voor een goed werkende democratie. Tegenover de macht van de mainstream media kunnen algoritmes daarbij een belangrijke rol vervullen om tegenmacht het noodzakelijke momentum te geven.
…want macht corrumpeert…
Orwell leert ons dat macht corrumpeert. Huxley dat die zich van de knuppel kan bedienen, maar natuurlijk ook van middelen als opium. Sterker nog: die laatste vorm brengt groter risico’s op totalitaire overheersing met zich mee. De politieke mainstream werd lange tijd gelegitimeerd door Orwells ‘democratische’ meerderheid, die zich heeft onderworpen aan de waarheid en de dictaten van het samenwerkingsverband tussen staat en media-oligarchie.
Het succes van Trump is gelegen in het feit dat hij zich tegen de dictaten van de staats- en media-oligarchie verzette. Via de mainstream media genoot hij al grote bekendheid en was hij een welkome gast. Toen hij besloot om tegen het daardoor gepropageerde narratief te keren, keerden diezelfde media zich tegen hem. Maar gelukkig waren daar inmiddels ook de sociale media. Langs die weg wist hij met zijn anti-imperialistische MAGA-patriottisme alsnog grote kiezersgroepen aan te spreken en hen ervan te overtuigen hem hun vertrouwen te geven.
…zelfs die van Trump?
Trump heeft zijn mandaat ontegenzeggelijk voor heel veel goede dingen ingezet. Thuis zette hij met belangrijke belastingverlagingen een economische groeispurt in gang. Buitenshuis brak hij met decennialange neoconservatieve buitenlandpolitiek die tot een eindeloze reeks van bloedige pogingen tot regime change had geleid. In zijn tweede termijn besloot hij daarnaast het mes te zetten in het tot dan toe almaar uitdijende ambtenarenapparaat. Via importtarieven probeerde hij de eigen industrie een positieve impuls te geven.
Recente ontwikkelingen buitenshuis roepen echter toch de vraag op of ook hem de macht niet naar het hoofd is gestegen. De inzet van de oorlog tegen Iran lijkt toch weer regime change te zijn geweest, zonder dat duidelijk is hoe realistisch dat streven is en of daarmee per saldo inderdaad de eigen Amerikaanse belangen gediend zijn.
Hetzelfde medium dat hem hielp tot tweemaal toe president te worden, geeft nu ook stem aan tegenkrachten die stellen dat hij volledig van het padje is. Als algoritmes die kritiek momentum geven en op die manier een tegenkracht vormen tegen Trumps politieke optreden - geef mij dan nog maar een paar oligarchen die dat faciliteren!
Gezond wantrouwen
Vanuit ons kritische perspectief is de les helder.
- Vrijheid vereist wantrouwen tegenover macht, zowel progressieve als neoconservatieve.
- Totalitarisme kan iedere dag opnieuw met knuppels komen, maar zeker niet minder ook via ambtelijke beleidsnota’s waarin ons bescherming tegen allerlei gevaren beloofd wordt.
- Het grootste gevaar is niet onderdrukking, maar gewenning - ook die aan een man die als volkstribuun tegen het totalitarisme op het schild werd geheven, maar op een onbewaakt moment zich ook zelf schuldig maakt aan machtsmisbruik.
Orwell zag het gevaar scherp, maar vertrouwde te veel op socialistische oplossingen. Huxley vertrouwde geen enkele macht en zag daardoor verder. In een tijd van morele druk, mediaconformisme en technocratische zelfverzekerdheid blijkt juist zijn waarschuwing het meest actueel.
Tegelijk blijft het goed bedacht te zijn op een held die in zijn strijd tegen de totalitaire verleiding zelf ten prooi valt aan dictatoriale neigingen. Ook al was zijn oplossing voor het probleem naïef, Orwells waarschuwingen voor dat laatste blijven onverminderd relevant.
N.a.v.
Aldous Huxley, De tijd van de oligarchen. Vertaald door Thomas Heij en voorzien van een inleiding door Bas Heijne. Uitgave van Prometheus te Amsterdam, 110 blz., € 15,00.
George Orwell, De leeuw en de eenhoorn. Ingeleid en vertaald door Thomas Heij. Uitgave van Boom te Amsterdam, 2026; 104 blz., € 14,90.
Gerelateerde artikelen
ActueelOver leven na de val van het Westen
Een gesprek met Sid Lukkassen over verval, herbronning en een nieuwe toekomst voor NederlandHans van de BreevaartInleidingDr. Sid Lukkassen mag dan Nederland hebben verlaten, Nederland en het Westen l...
ActueelRecensie - De visie van Toergenjev en de parallellen met het heden
Oost-Europadeskundige Marie-Thérèse ter Haar laat ons in haar laatste boek de westerse beeldvorming over Rusland kritisch bevragen door ons door de bril van Toergenjev te laten kijken. De kracht van h...
ActueelJezus: Mens en God! Maar hoe dan?
Een zoektocht naar de actuele relevantie van een oeroud kerkelijk dogmaHans van de BreevaartWat heeft het kerkelijke dogma dat Jezus niet alleen mens was, maar ook God, ons tegenwoordig nog te zeggen?...
Nieuwsbrief
Blijf op de hoogte.
Onze nieuwste analyses, essays en aankondigingen over wetenschap, cultuur en de geschiedenis van ideeën, rechtstreeks in uw inbox. Geen spam. Geen reclame.