Renaissance Instituut Nieuws

Na Mali en Burkina Faso … vandaag Niger … en morgen Tsjaad …

Renaissance Instituut•
Na Mali en Burkina Faso … vandaag Niger … en morgen Tsjaad …

Voor een van de grootste experts op het gebied van de geschiedenis van Afrika, de Franse historicus Bernard Lugan, komen de recente ontwikkelingen in Niger niet uit de lucht vallen. Daarbij met de vinger wijzen naar Rusland verhult slechts het falen van het Franse beleid tegenover Niger. Hetzelfde probleem deed zich eerder voor en Lugan is stellig van mening dat de Fransen nog meer ellende te wachten staat. Onderstaand stuk namen we over van een blogpost op zijn eigen website.[*]

Bernard Lugan

Hoe kan het toch dat een etnisch conflict dat in 2011 uitbreekt in het noordoosten van Mali uitmondt in een regionale brand die niet onder controle te krijgen valt en als consequentie heeft dat Frankrijk uit de Sahel-regio wordt verdreven? Dit komt niet uit het niets. Wat er nu in Niger gebeurt, is het logische gevolg van het verschrikkelijke Afrka-beleid van Frankrijk: van Sarkozy via Hollande tot Macron. Zij zullen uiteindelijk verantwoording moeten afleggen want het zal hun schuld blijken te zijn dat Frankrijk verdreven wordt.

Onvermijdelijk falen van Frankijk in de Sahel

De oorzaak daarvan is gelegen in een onafzienbare reeks politieke fouten. Dat maakte, zoals ik sinds 2011 onafgebroken gesteld heb, het falen van Frankrijk in de Sahel helaas onvermijdelijk - zie over dit onderwerp mijn dit jaar in herdruk verschenen Histoire du Sahel. Dat falen werd tijdelijk gemaskeerd door de successen van ons leger, waarbij we het offer van enkele tientallen van onze beste jonge soldaten voor lief namen. En dan te bedenken dat zij sneuvelden in de plaats van Afrikaanse deserteurs die er de voorkeur aan gaven naar Frankrijk te komen om te profiteren van de vrijgevigheid van de ‘verfoeilijke’ voormalige koloniale macht in plaats van hun eigen landen te verdedigen.

Gedreven door ideologie besloten Franse beleidsmakers dat de rechten van de Afrikaanse volkeren moesten wijken voor de zogenaamde 'rechten van de mens', de hersenschimmen van 'goed bestuur' en het surrealistische 'samenleven' van stamverbanden met totaal verschillende culturele gewoonten en tradities. Daar bovenop - maar minder relevant - kwamen nog de LHBTQI-provocaties die in Afrika weinig zoden aan de dijk zetten en vooral kunnen rekenen op een schouderophalen en hoongelach. En, erger nog, op een wegvallen van enige vorm van respect en achting van de Afrikaan voor de Fransen.

Franse beleidsmakers werden vooral gedreven door economische modellen, abstracte sociale analyses en de hoop op een 'ontwikkeling' die onmogelijk zou blijken, raakte de bestaan realiteit in hun voormalige koloniën steeds verder uit het oog. Ze vergaten de wijze aanbevelingen die de gouverneur van Frans West-Afrika in 1953 deed: 'Minder verkiezingen, meer etnografie en iedereen zal er baat bij hebben.

Helaas wordt het Franse Afrika-beleid bepaald door aan prestigieuze onderwijsinstellingen opgeleide, maar historisch onkundige beleidsmakers. Voor hen begint de geschiedenis van West-Afrika pas met de kolonisatie op het einde van de 19e eeuw. Weliswaar bevrijdde deze kolonisatie de zuidelijke stammen van de overheersing door de noordelijke stammen, maar door deze kolonisatie werden de overheerste én overheersende stammen gezamenlijk ondergebracht binnen gemeenschappelijke administratieve grenzen. Toen Frans West-Afrika onafhankelijk werd, veranderde deze afbakening plotseling in staatsgrenzen. In deze staten verwierven de zuiderlingen automatisch de macht omdat hun vrouwen vruchtbaarder waren dan die van de noorderlingen. De van overheersende tot overheerste noorderlingen kwamen in Mali, Niger en Tsjaad al vanaf de jaren 1960 - 1965 in opstand; zij weigerden zich te onderwerpen aan de zuiderlingen die nog niet zo lang geleden werden gezien als minderwaardig. De oorlog die in 2011 uitbrak - zonder enige Russische aanwezigheid - en het conflict dat op dit moment speelt moeten vooral gezien worden als heroplevingen van deze noord-zuidtegenstelling.

Smokkelaars en Islamisme

Geconfronteerd met deze realiteit die ze niet begrepen of die ze weigerden te zien, verwarden de Franse beleidsbepalers van Afrika oorzaken en gevolgen. Daardoor stelden zij een verkeerde diagnose. Zo spraken ze over een vermeend islamistisch gevaar terwijl we duidelijk te maken hadden met een duizend jaar oude etnisch-raciale wonde die zwaar geïnfecteerd was door het hedendaagse islamisme.

Hierdoor richtte de Franse strategie zich vooral op de religieuze kwestie waarbij iedere gewapende bandiet, elke wapenbezitter en mensenhandelaar onvermijdelijk als 'jihadist' werd bestempeld. Dat was een fatale misrekening. In de meeste gevallen hadden we te maken met smokkelaars die zich vermomden als jihadisten om hun sporen uit te wissen en omdat het op meer waardering kan rekenen om te vechten voor de eer van de profeet dan voor pakjes sigaretten of cocaïne. Vandaar de kruising tussen smokkel en religie, die ontstaat in de door het islamisme gecreëerde luchtbel. Geconfronteerd met de verstrengeling van etnische, sociale, criminele en politieke claims, verhuld achter een religieuze sluier en met elk een verschillende prioriteit al naargelang het moment, was het Franse beleid daarom zowel verstard als onsamenhangend.

Vandaar de kruising tussen smokkel en religie, die ontstaat in de door het islamisme gecreëerde luchtbel. Geconfronteerd met de verstrengeling van etnische, sociale, criminele en politieke claims, passend verhuld achter een religieuze sluier en met elk een verschillende prioriteit al naargelang het moment, was het Franse beleid daarom zowel verstard als onsamenhangend.

Arabische president van Niger

In Niger werd de situatie nog gecompliceerder doordat president Mohamed Bazoum een ​​Arabier is. Hij behoort tot de Libische Ouled Slimane-stam die vertakkingen heeft in Tsjaad en in het noordoosten van Niger. Ook hier zou een minimum aan historische kennis de deftige heren, die beweren het Afrika-beleid van Frankrijk te bepalen, hebben geleerd dat deze machtige stam zich in de jaren 1830 in tweeën splitste toen de Ottomaanse macht besloot zelf het bestuur over het regentschap Tripoli te gaan uitoefenen. De Ouled Slimane, een Makhzen-stam die loyaal was aan de door de Ottomanen omvergeworpen Karamanli, was het daar echter niet mee eens. Nadat hun opstand hardhandig onderdrukt werd door de Ottomanen, emigreerde een deel van hen naar Tsjaad en Niger waar ze deelnamen aan de grote noordelijke golf van plunderingen tegen de zuiderlingen - die zich dat collectief nog steeds herinneren.

De Ouled Slimane-stam vormt minder dan 0,5% van de bevolking van Niger en worden daar nog steeds gezien als buitenlanders. Toen een van hun dus het presidentschap verwierf, kon dat op weinig enthousiasme rekenen van de bevolking. En - een verzwarende omstandigheid - de Oule Slimane worden gezien als vrienden van Frankrijk sinds ze zich in 1940 handig aansloten bij de 'colonne Leclerc' in de operatie om het Italiaanse Fezzan te veroveren. Het was ook bij deze gelegenheid dat bepaalde delen van de Ouled Slimane terugkeerden naar Libië, waar ze sindsdien streden tegen de Toubou die de gebieden bezetten die de Ouled Slimane na de exodus van de 19de eeuw hadden verlaten.

Mislukking van Frans beleid

Het Afrika-beleid van Frankrijk had moeten worden toevertrouwd aan mensen uit het veld, die vertrouwd waren met de etnografie en geschiedenis van de regio. Helaas werd het bepaald door onbeduidende en pretentieuze pummels. Zij zijn verantwoordelijk voor het falen van het Franse Afrika-beleid van de afgelopen decennia. Deze mislukking is nog niet volledig, want ook Tsjaad zal onverbiddelijk vroeg of laat aan de beurt komen. En altijd om dezelfde redenen…

In plaats van hun fouten in te zien voegen de Franse leiders bovendien naïviteit toe aan incompetentie. Ze proberen hun verantwoordelijkheid af te wentelen door op een vermeende ‘Russische inmenging’ te wijzen. Alsof Rusland, toch al in conflict met de NAVO, de door de Franse onbenulligheid geboden kans zou laten liggen om een ​​Afrikaans front te openen tegen degenen die Rusland aan het Europese front bevechten. De toespraak van president Poetin op de recente Russisch-Afrikaanse top in Sint-Petersburg liet hierover inderdaad geen misverstand bestaan.

De tekortkomingen van de Franse leiders komen zelfs tot uiting in de afwezigheid van elke reactie op de leugen van de vermeende ‘plundering’ van de grondstoffen van Niger. Men zou toch van de zwakkelingen, die namens Frankrijk spreken, verwachten dat zij duidelijk stellen dat Frankrijk geen belangen heeft in een woestijnland dat gedoemd is om te bezwijken onder zijn suïcidale polygame demografie. Een Niger waarvan – niet beledigend bedoeld – de weergaloze Groene politica Sandrine Rousseau het waagde te beweren dat Frankrijk ervan afhankelijk was voor zijn uranium, terwijl dat land vandaag op zijn best amper tien procent van de Franse behoefte vertegenwoordigt. Het is bovendien veel gemakkelijker en goedkoper is om uranium van elders in de wereld te verkrijgen.

Om nog maar te zwijgen van het in Frankrijk zelf aanwezige uranium waarvan de exploitatie door ecologen bij wet verboden is ...

De kans is levensgroot dat de Fransen, na in Niger eerder al hun aanzien te hebben verspeeld door hun LHBTI-gedram, nu ook hun greep over het land volledig kwijt zijn. De kans dat de overgebleven Franse vazallen bereid zijn tot een militaire interventie lijkt vooralsnog niet groot. Het is eerder wachten op de volgende voormalige kolonie die zich definitief onttrekt aan de invloedssfeer van het land dat eens tot de grote mogendheden in de wereld behoorde.



[*] Bron: Le blog officiel de Bernard Lugan: Après le Mali et le Burkina Faso… aujourd’hui le Niger… et demain le Tchad…; vertaald en geredigeerd door Hans van de Breevaart.

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte.

Onze nieuwste analyses, essays en aankondigingen over wetenschap, cultuur en de geschiedenis van ideeën, rechtstreeks in uw inbox. Geen spam. Geen reclame.