Langs de Nederlandse snelwegen dreigt de komende jaren een ingrijpende verandering in de manier waarop verzorgingsplaatsen worden geëxploiteerd. Het kabinet werkt aan een nieuw stelsel waarin tanken, laden en de winkel afzonderlijk worden verdeeld waarbij gebruik wordt gemaakt van veilingen. Over dit wetsvoorstel, dat binnenkort verder in de Tweede Kamer wordt behandeld, heeft Peter van Dijvenvoorde namens FVD feitelijke vragen gesteld. FVD maakt zich vooral zorgen over MKB- en familiebedrijven die deze activiteiten nu vaak binnen één geïntegreerde bedrijfsvoering combineren. Opbrengsten uit brandstofverkoop en de shop helpen om te investeren in elektrisch laden, omdat dit nog niet altijd zelfstandig rendabel is.

Die samenhang dreigt door het nieuwe stelsel te worden doorbroken. Een ondernemer kan straks bijvoorbeeld het tankstation behouden, maar het laadrecht of de winkel verliezen, terwijl juist die onderdelen voor de continuïteit van het bedrijf van groot belang zijn. Daar komt bij dat ondernemers bij de veiling tegen elkaar moeten opbieden om het recht op exploitatie te verkrijgen. De hoge veilingbedragen die naar de staat vloeien moeten vervolgens gedurende de looptijd worden terugverdiend en zullen daardoor via de prijs van brandstof, elektriciteit en producten uit de winkel uiteindelijk bij de automobilist terechtkomen. Zo dreigt de veiling in de praktijk te gaan functioneren als een indirecte belasting op mobiliteit.

FVD vraagt het kabinet daarom om te kijken naar het Franse model. Daar worden exploitanten niet uitsluitend geselecteerd op de hoogste financiële bieding, maar spelen ook dienstverlening, kwaliteit en het prijsbeleid richting de weggebruiker een belangrijke rol. De Franse vervoerstoezichthouder constateerde dat recente heraanbestedingen onder dit systeem in 2025 hebben geleid tot brandstofprijzen die circa 7 cent per liter lager liggen. FVD wil daarom weten waarom Nederland kiest voor een systeem waarin ondernemers vooral concurreren op hoeveel zij aan de overheid kunnen betalen, in plaats van op de beste prijs en kwaliteit voor de weggebruiker.

De vragen van het lid Van Duijvenvoorde kunt u hieronder lezen.

  1. Kan de regering uiteenzetten welke gevolgen het afzonderlijk veilen van tanken, laden en shop heeft voor MKB- en familiebedrijven die deze voorzieningen thans binnen één geïntegreerde bedrijfsvoering exploiteren en is specifiek onderzocht wat deze splitsing betekent voor hun continuïteit en investeringsvermogen?
    1. Kan de regering aangeven in hoeverre zij bij de gekozen marktordening rekening heeft gehouden met het gegeven dat laadactiviteiten gedurende de transitiefase nog een lage of negatieve rentabiliteit kunnen hebben en dat bestaande exploitanten investeringen in laden mede kunnen financieren uit opbrengsten van brandstofverkoop en shopactiviteiten?
      1. Kan de regering toelichten hoe een MKB- of familiebedrijf dat bij een veiling het laadrecht op zijn bestaande verzorgingsplaats verliest volgens haar op langere termijn levensvatbaar kan blijven, nu de afzet van fossiele brandstoffen naar verwachting steeds verder zal afnemen?
        1. Kan de regering uiteenzetten of het wetsvoorstel voldoende rekening houdt met het verschil tussen landelijk opererende ondernemingen, die activiteiten en risico’s over meerdere verzorgingsplaatsen kunnen spreiden, en familiebedrijven die veelal afhankelijk zijn van de exploitatie van één of enkele locaties?
          1. Kan de regering kwantificeren wat het afzonderlijk veilen van de shop betekent voor de businesscase van bestaande MKB- en familiebedrijven, mede gelet op onderzoeken waaruit blijkt dat de shop inmiddels circa 40–50% van de brutowinst van een tankstation kan vertegenwoordigen?
            1. Kan de regering aangeven welke concrete waarborgen in het veilingontwerp worden opgenomen om te voorkomen dat verschillen in kapitaalkracht, financieringskosten en terugverdientijd ertoe leiden dat MKB- en familiebedrijven structureel minder kans maken op laad- en shopkavels dan grote ondernemingen, nu ook het ATR erop wijst dat MKB-bedrijven doorgaans minder kapitaalkrachtig zijn?
              1.  Kan de regering toelichten hoe zij bij afzonderlijke veilingen voorkomt dat bestaande MKB-exploitanten slechts een deel van hun huidige bedrijfsactiviteiten kunnen behouden, bijvoorbeeld doordat zij wel het tankkavel maar niet het laadkavel verwerven dat voor hun toekomstige verdienmodel van belang is?
                1. Kan de regering motiveren waarom niet is voorzien in de mogelijkheid om voor MKB- en familiebedrijven die tanken en laden reeds geïntegreerd aanbieden maatwerk of een uitzondering toe te passen, zoals door de gezamenlijke brancheorganisaties uitdrukkelijk is voorgesteld?
                  1.  Kan de regering aangeven of de door de sector voorgestelde variant is doorgerekend waarbij een MKB- of familiebedrijf een integraal kavel met tanken, shop en een deel van de laadcapaciteit kan exploiteren en daarnaast ruimte wordt geboden aan een tweede onafhankelijke laadexploitant, en zo ja, waarom deze variant niet is gekozen?
                    1. Kan de regering uiteenzetten hoe de gekozen uitwerking zich verhoudt tot het doel van de motie-Heutink om bestaande exploitanten perspectief te bieden om met de energietransitie mee te groeien en waarom die mogelijkheid voor gecombineerde exploitatie na de transitiefase niet structureel beschikbaar blijft voor MKB- en familiebedrijven?
                      1. Kan de regering toelichten of zij het Franse model heeft onderzocht, waarin exploitanten van verzorgingsplaatsen niet uitsluitend op basis van het hoogste financiële bod via veilingen worden geselecteerd, maar via een aanbesteding waarin onder meer dienstverlening, technische en milieukwaliteit en het prijsbeleid richting de weggebruiker worden meegewogen? 
                        1. Hoe beoordeelt de regering de Franse keuze om de vergoeding die de exploitant aan de snelwegconcessionaris betaalt niet langer door ondernemers tegen elkaar te laten opbieden, maar vooraf contractueel vast te stellen en wettelijk te begrenzen, zodat een hoge concessievergoeding niet via hogere prijzen op de weggebruiker hoeft te worden terugverdiend? 
                          1. Erkent de regering dat een systeem waarin exploitanten steeds hogere bedragen moeten bieden om een verzorgingsplaats te mogen exploiteren, ertoe leidt dat deze bedragen via brandstof-, laad- en shopprijzen op de weggebruiker worden afgewenteld en daarmee feitelijk functioneren als een indirecte belasting op mobiliteit?
                            1. Kan de regering reageren op de constatering van de Franse Autorité de régulation des transports dat de heraanbesteding van brandstofactiviteiten op verzorgingsplaatsen in 2025 heeft geleid tot een daling van de brandstofprijs met circa 7 cent per liter en is onderzocht of een vergelijkbare systematiek in Nederland tot lagere consumentenprijzen zou kunnen leiden? 
                              1.  Kan de regering uiteenzetten waarom in Nederland wordt gekozen voor een veiling waarbij de financiële bieding een centrale rol speelt, in plaats van voor een vergelijkende aanbesteding waarin ondernemers tevens concurreren op de prijs die zij gedurende de concessieperiode aan de consument in rekening brengen?
                                1.  Is de regering bereid te onderzoeken of bij Nederlandse verzorgingsplaatsen, naar Frans voorbeeld, concrete en contractueel afdwingbare toezeggingen over prijsbeleid, kwaliteit en investeringen als gunningscriteria kunnen worden gebruikt, zodat niet de hoogste opbrengst voor de Staat maar de beste prijs-kwaliteitverhouding voor de weggebruiker bepalend is?