VVD-minister Aartsen van Werk en Participatie werkt aan een plan om in de komende vier jaar in samenwerking met vluchtelingenorganisaties, gemeenten en werkgevers 75.000 statushouders en asielzoekers met uitzicht op een verblijfsvergunning aan het werk te zetten. De arbeidsparticipatie onder statushouders ligt nu op 37%, dat is twee keer zo laag als het landelijk gemiddelde. De regering verwacht veel van de nieuwe werkkrachten. Zo wordt benadrukt dat asielzoekers meestal jong zijn en meent het kabinet dat ze graag aan het werk willen en een deel relevante werkervaring heeft. Wel moeten inburgeringseisen versoepeld worden, omdat het inburgeringstraject zich niet goed laat combineren met een vaste baan.
Forum voor Democratie heeft zeer grote twijfels bij legio aspecten van dit plan. Ten eerste vanwege het principiële punt dat asielopvang, wanneer deze al plaatsvindt, volgens ons altijd van tijdelijke aard dient te zijn en ingericht moet zijn op het terugsturen van de asielzoeker naar het land van herkomst zodra dit redelijkerwijs mogelijk is. Door asielzoekers in Nederland aan het werk te zetten, raken deze geïntegreerd en wordt een uiteindelijke terugkeer naar hun thuisland veel minder waarschijnlijk en sociaal veel ingewikkelder.
Onze tweede zorg is dat het om een zeer grote groep asielzoekers gaat, waar we verder weinig tot niets over weten. Het is, ondanks het optimisme van de minister, onduidelijk in hoeverre deze mensen zelf willen werken, we weten niet over welk niveau ze beschikken en we hebben geen beeld van de sectoren waarin ze vermeende werkervaring hebben. Hierdoor is de economische impact van het plan totaal niet te overzien. Het kabinet hoopt dat de asielzoekers bestaande gaten op de arbeidsmarkt zullen vullen, maar het kan net zo goed zo zijn dat ze al verzadigde sectoren ondergraven. Een mogelijkheid die bovendien waarschijnlijker wordt door de recente daling van het aantal openstaande vacatures.
Ook de administratieve last van het aan het werk zetten en houden van 75.000 mensen die totaal vreemd zijn aan ons land en onze cultuur zal een grote opgave worden. Daar komen omstandigheden als taalbarrières en natuurlijk de huisvesting nog bij. Genoeg vlakken dus om het kabinet stevig op te bevragen. FVD-Kamerlid Milan Schenk heeft daarom Kamervragen ingediend.
Schriftelijke vragen van het lid Schenk (FVD) aan de minister van Werk en Participatie en de minister van Asiel en Migratie over het kabinetsplan om 75.000 asielzoekers aan werk te helpen:
- Klopt het dat het kabinet als doelstelling heeft om ervoor te zorgen dat in december 2030 75.000 meer statushouders en asielzoekers aan het werk zijn dan nu het geval is?
- Waarom acht het kabinet het een kerntaak van de Nederlandse overheid om 75.000 statushouders en asielzoekers aan werk te helpen?
- Deelt het kabinet de opvatting dat asielopvang in beginsel tijdelijk van aard is en niet bedoeld is als instrument voor arbeidsmarktbeleid?
- Indien het antwoord op vraag 3 ontkennend luidt, waarom niet?
- Klopt het dat het kabinet expliciet wil investeren in asielzoekers die nog in procedure zijn, maar volgens het kabinet een redelijke kans maken op een verblijfsvergunning?
- Hoeveel asielzoekers die in het verleden als kansrijk werden aangemerkt, hebben uiteindelijk geen verblijfsvergunning gekregen? Graag een overzicht vanaf 2010.
- Kan het kabinet uitsluiten dat het vroegtijdig begeleiden van asielzoekers naar werk, scholing en integratie de druk vergroot om uiteindelijk een verblijfsvergunning te verlenen?
- Indien het antwoord op vraag 7 ontkennend luidt, waarom niet?
- Hoe beoordeelt het kabinet het risico dat werkgevers, gemeenten of maatschappelijke organisaties zich in toekomstige procedures op het standpunt zullen stellen dat een asielzoeker inmiddels dusdanig is geïntegreerd dat terugkeer onwenselijk is?
- Kan het kabinet uitsluiten dat dit beleid een extra aanzuigende werking heeft op personen die primair economische motieven hebben om via de asielroute toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt te verkrijgen?
- Indien het antwoord op vraag 10 ontkennend luidt, waarom niet?
- Het kabinet zet in op het aanpakken van arbeidsmarkttekorten door asielmigranten sneller naar werk te begeleiden maar tegelijkertijd constateert het kabinet dat arbeidsmigratie druk legt op de bevolkingsgroei en geen structurele oplossing vormt voor krapte op de arbeidsmarkt; hoe beoordeelt de minister deze spanning?
- Is de minister zich bewust van signalen dat de vraag op de arbeidsmarkt in verschillende sectoren afneemt en zijn er prognoses beschikbaar over de wijze waarop de arbeidsmarkt zich de komende jaren zal ontwikkelen en welke gevolgen de instroom van 75.000 extra werknemers daarop zal hebben?
- Wat is volgens het kabinet het effect van deze instroom op de arbeidsmarktkansen van Nederlandse werknemers?
- Is de minister het ermee eens dat verbeteringen op het gebied van arbeidsproductiviteit, innovatie en automatisering op de langere termijn een betere oplossing vormen dan een voortdurende uitbreiding van het arbeidsaanbod door migratie?
- Hoeveel procent van de huidige statushouders beschikt volgens het kabinet over relevante werkervaring en/of een opleiding die aansluit op tekortsectoren zoals de bouw, techniek of zorg?
- Hoe ziet de minister in dat licht de instroom van 75.000 extra werknemers, terwijl een groot deel van deze groep naar verwachting niet beschikt over de kwalificaties die in de grootste tekortsectoren worden gevraagd?
- Kan de minister reflecteren op de gevolgen die een instroom van 75.000 extra werknemers in met name lager- en middelbaar geschoolde arbeid kan hebben voor lonen, arbeidsvoorwaarden en arbeidsmarktkansen van Nederlandse werknemers die momenteel in deze sectoren werkzaam zijn?
- Hoe kunnen de inburgeringseisen worden geflexibiliseerd zonder dat de kwaliteit van de inburgering onder druk komt te staan?
- De minister schrijft dat de werkvloer een geschikte plek is om de Nederlandse taal te leren maar tegelijkertijd zien wij dat binnen steeds meer sectoren het Nederlands juist wordt verdrongen door het Engels; waarom verwacht de minister dat dit bij asielmigranten anders zal verlopen en hoe gaat hij waarborgen dat het Nederlands daadwerkelijk de voertaal blijft?
- Klopt het dat het kabinet streeft naar huisvesting van werkende statushouders in de regio waar zij werkzaam zijn?
- Betekent dit dat arbeidsmarktoverwegingen een rol gaan spelen bij de verdeling van statushouders over gemeenten?
- Indien het antwoord op vraag 22 bevestigend luidt, hoe verhoudt zich dat tot het uitgangspunt dat asielopvang en huisvesting primair voortvloeien uit humanitaire bescherming en niet uit economische belangen?
- Hoeveel belastinggeld verwacht het kabinet de komende vier jaar uit te geven aan de uitvoering van de aanpak Werk en Meedoen voor statushouders en asielzoekers?
- Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
