Brand in Vondelkerk, Van Duijvenvoorde stelt Kamervragen voor restauratie naar oorspronkelijke staat

Peter van Duijvenvoorde heeft schriftelijke vragen ingediend over de brand in de Vondelkerk en de wijze waarop het kabinet voornemens is om de herbouw van dit rijksmonument vorm te geven. Aanleiding is de maatschappelijke en bestuurlijke discussie die is ontstaan over het toekomstige herstel van de kerk, waarbij zorgen bestaan over mogelijke moderniserende of interpretatieve ingrepen.
it recente berichtgeving blijkt dat de brand weliswaar grote schade heeft aangericht, maar dat de hoofdmuren en een aanzienlijk deel van het historische glaswerk behouden zijn gebleven. Daarmee is de vraag actueel welk uitgangspunt het kabinet en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hanteren bij het herstel van dit monument, dat een belangrijke plaats inneemt in het oeuvre van architect Pierre Cuypers en in het Amsterdamse stadsbeeld.
Forum voor Democratie wijst erop dat de Vondelkerk eerder, in 1904, al eens door brand werd getroffen en dat de destijds beschadigde onderdelen historisch getrouw zijn hersteld, zonder moderniserende toevoegingen. Volgens FvD vormt dit een relevant precedent en roept het de vraag op waarom bij het huidige herstel zou worden afgeweken van een benadering die eerder succesvol is toegepast.
In de Kamervragen vraagt Van Duijvenvoorde het kabinet onder meer of historische reconstructie het uitgangspunt dient te zijn bij rijksmonumenten die door calamiteiten zijn beschadigd, en of daarvan alleen mag worden afgeweken bij aantoonbare technische of veiligheidsnoodzaak. Ook vraagt hij welke rol de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed speelt bij het vaststellen van deze uitgangspunten en of de Kamer daarover tijdig wordt geïnformeerd.
Forum voor Democratie benadrukt dat monumentaal erfgoed geen experimenteerruimte is voor eigentijdse architectonische voorkeuren, maar een drager van culturele continuïteit. Keuzes over herbouw raken niet alleen aan esthetiek, maar aan de manier waarop Nederland omgaat met zijn geschiedenis en nationale erfgoed. FvD vindt het daarom van groot belang dat dergelijke beslissingen transparant worden genomen, zorgvuldig worden gemotiveerd en onder volledige parlementaire controle staan.
De Kamervragen van het lid Van Duijvenvoorde zijn hieronder te lezen.
1. Bent u bekend met de brand in de Vondelkerk te Amsterdam, een rijksmonument ontworpen door Pierre Cuypers?
2. Klopt het dat bij deze brand de hoofdmuren van de kerk behouden zijn gebleven en dat ook een aanzienlijk deel van het historische glaswerk intact is gebleven, waardoor het gebouw als geheel constructief behouden is gebleven?
3. Is de regering bekend met het feit dat de Vondelkerk in 1904 reeds deels door brand is getroffen en dat de destijds beschadigde onderdelen historisch getrouw zijn hersteld, zonder moderniserende of interpretatieve ingrepen?
4. Deelt u de opvatting dat dit eerdere herstel na de brand van 1904 een relevant precedent vormt voor de wijze waarop ook nu met de herbouw van dit rijksmonument dient te worden omgegaan?
5. Deelt u de opvatting dat bij rijksmonumenten die door calamiteiten zijn beschadigd, historische reconstructie op basis van beschikbare documentatie het uitgangspunt dient te zijn?
6. Acht u het wenselijk dat bij de herbouw van de Vondelkerk wordt gekozen voor eigentijdse of interpretatieve ingrepen (zoals een moderne of glazen dakconstructie), indien een historisch getrouwe reconstructie technisch mogelijk is?
7. Bent u het ermee eens dat van historische reconstructie uitsluitend mag worden afgeweken indien sprake is van aantoonbare technische of veiligheidsnoodzaak, en niet op basis van esthetische, beleidsmatige of functionele voorkeuren?
8. Welke rol ziet u voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bij het vaststellen van de uitgangspunten voor de herbouw van de Vondelkerk, en bent u bereid deze uitgangspunten expliciet vast te leggen voordat ontwerptraj ecten of architectenselecties plaatsvinden?
9. In hoeverre acht u het van belang dat bij de herbouw recht wordt gedaan aan het oorspronkelijke ontwerp, de materiaalkeuze en het architectonisch silhouet van Pierre Cuypers, mede gezien de nationale betekenis van diens oeuvre?
10. Bent u bereid rijksmiddelen voor herstel of herbouw van de Vondelkerk te verbinden aan de voorwaarde van historisch getrouwe reconstructie conform het oorspronkelijke ontwerp, en zo ja, onder welke voorwaarden?
11. Hoe voorkomt u dat bij de herbouw van rijksmonumenten na calamiteiten een precedent ontstaat waarbij ‘reconstructie’ in de praktijk leidt tot modernisering of herinterpretatie van monumentaal erfgoed?
12.Kunt u toezeggen de Kamer te informeren over de door het kabinet en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gehanteerde uitgangspunten voor de herbouw van de Vondelkerk, voordat onomkeerbare ontwerpkeuzes worden gemaakt?
