In de Statenvergadering van 12 november 2025 werd de begroting voor 2026 besproken. Al bij de inleiding van het document staat een bijzondere passage:

[..] € 120 miljoen aan extra investeringen [is] verwerkt, die bijdragen aan een krachtiger Zuid-Holland voor onze inwoners en ondernemers. De precieze invulling van deze investeringsagenda wordt eind 2025 voorgelegd aan onze Provinciale Staten.

Die 120 miljoen en de totale begroting van de provincie (1,2 miljard) zijn ‘klein bier’ vergeleken met wat er omgaat in het andere Den Haag, de begroting van de rijksoverheid. Het legt echter wel bloot dat het oorspronkelijke doel van een effectieve en doelmatige rechtsstaat is veranderd in een systeem dat gevoelig is voor corruptie en misallocatie van beschikbaar geld.

Oorspronkelijk was het principe van de doelmatige rechtsstaat erop gebaseerd dat burgers op basis van verkiezingen een bestuur kiezen dat bepaalde prioriteiten stelde om de belangen van de burgers te behartigen. Dat leidde ertoe dat de burger een geïnformeerde keuze kon maken op basis van wat een partij van plan was en welk bijbehorend budget c.q. kostenplaatje daarbij hoorde. Het kostenplaatje betekende immers concreet voor de burger dat hij daar belasting voor moest gaan betalen en hij dus een weloverwogen keuze daarvoor kon maken.

Dat principe is inmiddels geheel losgelaten. Politici schermen nu met bedragen en overschreeuwen elkaar daarbij: 20 miljard voor defensie? Nee, bij ons wordt het 40 miljard! Omdat deze bedragen gedekt worden door het uitschrijven van (obligatie)leningen, kunnen de bijbehorende belastingverhogingen in de tijd uitgesmeerd worden en heeft de burger minder inzicht in wat zijn bijdrage in de vorm van belasting precies wordt.

Maar altijd is er sprake van dat er eerst geld beschikbaar is en daarna wordt bedacht wat er met dat geld gaat gebeuren. Dat is in meerdere opzichten een gevaar. Op de eerste plaats wakkert het de inflatie aan. Het beschikbare geld verstoort de marktperceptie. De diensten en/of producten die met het geld worden afgenomen, zullen namelijk niet meer op marktconforme prijzen gebaseerd zijn. Het lobbycircuit dat tegen de overheid schurkt, weet immers al te goed welke hoeveelheid geld beschikbaar is en kan hun prijzen daarop aanpassen. Een ander gevaar is dat de methode van eerst geld, dan invulling leidt tot corruptie. Lobbyisten zullen het bestuur trachten te beïnvloeden om het geld hun kant op te laten stromen. Dat kan bijvoorbeeld door het in vooruitzicht stellen van een toekomstige baan binnen de organisatie van de lobbyist. Deze manier van geldschepping en allocatie wordt in de economische theorie het Cantillon-effect genoemd.

Hoewel het op korte termijn aan dovemansoren gericht zal zijn, heeft het de voorkeur om terug te keren naar het aloude principe van eerst plannen van de uitgaven, het bijbehorend opstellen van het budget en dan de burger om toestemming vragen, bij voorkeur per referendum. 

Ewald Kegel,  fractievoorzitter FVD Zuid-Holland