De invloed van buitenlandse mogendheden op organisaties in Nederland is al langer reden tot zorg. Zeker wanneer het gaat om instellingen die zich presenteren als onafhankelijk, maar tegelijkertijd nauwe banden blijken te hebben met buitenlandse overheden. Recente berichtgeving roept opnieuw vragen op over dergelijke invloed, ditmaal rond de Islamitische Stichting Nederland (ISN).
Uit een artikel van GeenStijl blijkt dat een Turkse diplomaat, religieus attaché Ömer Özgül van de Turkse ambassade, een prominente rol zou spelen binnen ISN. Dat is opmerkelijk, omdat de stichting eerder tegenover de Tweede Kamer heeft gesteld dat zij zelfstandig opereert en dat Turkse diplomatieke invloed uit de organisatie zou worden geweerd.
Tegelijkertijd blijkt dat de Nederlandse overheid via het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft samengewerkt met ISN en subsidies heeft verstrekt voor activiteiten en onderzoek. Dat roept vragen op over de onafhankelijkheid van die projecten, maar ook over de zorgvuldigheid waarmee de overheid deze samenwerking is aangegaan.
Voor Forum voor Democratie staat één principe centraal, organisaties die onder invloed staan van buitenlandse staten horen geen rol te spelen bij beleid, onderzoek of subsidietrajecten van de Nederlandse overheid.
Daarom heeft Kamerlid Russcher schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken. Hij wil duidelijkheid over de rol van de Turkse diplomaat binnen ISN, de eerdere toezeggingen over het terugdringen van Turkse invloed, en de subsidies die door de Nederlandse overheid aan deze stichting zijn verstrekt. Ook vraagt hij of er onderzoek moet komen naar de rol van de Turkse Diyanet en of de diplomatieke status van de attaché opnieuw moet worden beoordeeld.
Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de minister van Buitenlandse Zaken over de centrale rol van een Turkse diplomaat binnen de zogenaamd onafhankelijke Islamitische Stichting Nederland, en de subsidies die het ministerie aan deze stichting heeft verstrekt.
- Bent u bekend met de berichtgeving van GeenStijl waaruit blijkt dat de Turkse diplomaat Ömer Özgül een centrale rol speelt binnen de Islamitische Stichting Nederland (ISN), terwijl ISN stelt een zelfstandige en onafhankelijke organisatie te zijn?
- Kunt u bevestigen dat de heer Özgül, als officieel religieus attaché van de Turkse ambassade, regelmatig aanwezig is in het pand van ISN en ook meereist met ISN-delegaties naar het buitenland, waaronder naar Ankara?
- Hoe verhoudt de aanwezigheid van een Turkse diplomaat als feitelijk leidinggevende binnen ISN zich tot de belofte die ISN in 2020 aan de Tweede Kamer deed om de Turkse diplomatieke invloed uit de organisatie te weren?
- Waarom heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid via het Kennisplatform Inclusief Samenleven samengewerkt met en subsidie verstrekt aan een stichting die zo nauw verbonden blijkt te zijn met de Turkse staat?
- Is de minister het eens dat financiering van onderzoek door een stichting die onder invloed staat van een buitenlandse mogendheid de objectiviteit en betrouwbaarheid van dat onderzoek ernstig ondermijnt?
- Welke due diligence heeft het ministerie uitgevoerd alvorens samen te werken met ISN, en waarom is de bekende voorgeschiedenis van Turkse inmenging daarin niet meegewogen?
- Is de minister bereid alle subsidierelaties met ISN en de ISN Academie per direct op te schorten totdat volledige helderheid bestaat over de mate van Turkse staatsinvloed binnen deze organisatie?
- Is de minister bereid de AIVD te vragen een actueel dreigingsbeeld op te stellen over de rol van de Turkse Diyanet en daaraan gelieerde organisaties in Nederland, en de Kamer daarover te informeren?
- Bent u bereid de diplomatieke status van de heer Özgül opnieuw te beoordelen in het licht van zijn activiteiten buiten de ambassade, en zo nodig stappen te ondernemen richting de Turkse ambassade?

